Wouter Beke
Dirk Claes
Sabine De Bethune
Jan Durnez
Cindy Franssen
Rik Torfs
Peter Van Rompuy
Vraag
Mondelinge vraag
Tony Van Parys

Over het onderzoek naar de Bende van Nijvel (nr. 4-1084)
(04-02-2010)

Vraag aan de heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie

Bekijk het videofragment

 


De procureur-generaal van Bergen heeft bevestigd dat een topspeurder die belast is met het onderzoek naar de Bende van Nijvel in verdenking werd gesteld. De speurder wordt dus nu zelf verdachte. Het gaat om iemand die al vijfentwintig jaar leiding geeft in het onderzoek naar de Bende van Nijvel en die trouwens ook niet onbelangrijke verklaringen heeft afgelegd voor een parlementaire onderzoekscommissie over deze materie.

Dit is geen fait divers, maar een bijzonder zwaarwichtig gegeven. De speurder heeft in beslag genomen wapens verborgen gehouden. Ze behoorden toe aan personen die in het onderzoek werden genoemd. Het gaat om het opstellen van valse processen-verbaal. Er werden volgens de media ook goudstaven gevonden in de privéwoning van de betrokkene.

Deze feiten zijn zeer onrustwekkend en vergen drastische maatregelen, ook in het kader van het onderzoek naar de Bende van Nijvel.

Als men te weten komt dat er wapens werden verborgen, dat de betrokkene kwetsbaar is in zijn handel en wandel, dat hij contacten en relaties heeft gehad, moeten die gegevens worden getoetst aan de initiatieven die de speurder heeft genomen in de sturing van het onderzoek. Dat kan trouwens ook een opportuniteit zijn voor het lopend onderzoek over de bende.

Zal de procureur-generaal van Bergen een onderzoek van het onderzoek bevelen, waarin de onderzoeksstrategie en –visie van de speurder, die een leidinggevende functie had in de onderzoekscel, geanalyseerd worden in het licht van wat men nu weet en in de loop van het onderzoek zal te weten komen over de speurder in kwestie?

Zullen daartoe de nodige mensen en middelen ter beschikking worden gesteld?

Kan de minister meedelen wat de precieze tenlasteleggingen zijn ten aanzien van die speurder?

Antwoord De procureur-generaal van Bergen heeft mij bevestigd dat een onderzoek werd geopend tegen een speurder uit de cel Waals-Brabant. Het onderzoek bestaat uit twee delen.

Het eerste deel is van financiële aard en heeft volgens de procureur-generaal niets te maken met de beroepsactiviteiten van de speurder.

Het tweede deel gaat over een wapen dat toebehoorde aan de echtgenote van de heer Jean Bultot. Omdat na een expertise bleek dat het wapen niets te maken had met de moorden, zou de vrouw het terugkrijgen. De speurder heeft het wapen evenwel in een kast opgeborgen, naar eigen zeggen uit slordigheid.

De procureur-generaal is op basis van de huidige gegevens van mening dat deze feiten geen invloed hadden op het onderzoek en niet wijzen op een dubbele agenda. De speurder is al vijfentwintig jaar bij de onderzoekscel en leidde gedurende een tijd het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Volgens de procureur bestaat er geen link tussen de feiten en de manier waarop de speurder het onderzoek leidde. Dat onderzoek gebeurde bovendien in een team onder het toezicht van een hoofdspeurder en van magistraten.

In navolging van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie waarvan de heer Van Parys voorzitter was, onderzocht een nieuw team onder leiding van een andere speurder en een andere magistraat alle sporen opnieuw zonder dat de beklaagde speurder hierbij aanwezig was. De betrokkene maakt geen deel meer uit van de onderzoekscel Waals-Brabant. De onderzoekscel telt vandaag nog altijd acht speurders en zet haar werkzaamheden voort zonder de betrokkene.

Het onderzoek naar de speurder waarvan sprake, is aan de gang en wordt nauwlettend gevolgd door de gerechtelijke autoriteiten. Ik heb de procureur-generaal gevraagd om van kortbij in de gaten te houden of er nieuwe elementen opduiken die een verband houden met het gevonden wapen.

Tony Van Parys Het antwoord verontrust mij omdat de procureur-generaal blijkbaar niet van plan is om een onderzoek naar het onderzoek te voeren. Wanneer een wapen in het kader van het onderzoek in beslag wordt genomen en het niet terechtkomt waar het volgens de geldende procedures had moeten terechtkomen, moet volgens mij uitgezocht worden welk motief de speurder hiervoor had.

Als er elementen wijzen op de privésfeer van de betrokken speurder, moet worden nagegaan of hij niet kwetsbaar was voor invloed die via contacten en relaties op hem zou kunnen zijn uitgeoefend.

Alleen al die twee argumenten moeten een reden zijn om ook in het kader van het onderzoek de handelwijze van de betrokken speurder te onderzoeken en na te gaan of dat een invloed heeft gehad op een aantal onderzoeksdaden en onderzoekssporen.

Ik las in een krant dat obstructie van het onderzoek een van de tenlasteleggingen zou zijn. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag welke de tenlasteleggingen waren.

Het antwoord van de procureur-generaal van Bergen is absoluut ontoereikend. Ik zal daarop terugkomen en de vragen preciezer stellen zodat ten minste kan worden ingegaan op de evidente vragen die thans rijzen.

Stefaan De Clerck Ik neem nota van de bezorgdheid van de heer Van Parys en ik zal zijn opmerkingen doorspelen aan de procureur-generaal.

Mij werd meegedeeld dat de feiten die nu het voorwerp uitmaken van het onderzoek, beperkt zijn tot twee elementen. De elementen die de heer Van Parys vermeldt, behoren blijkbaar nog niet tot het dossier.

Ik heb uitdrukkelijk gevraagd het dossier van nabij te volgen.



Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!
Uw e-mailadres: