Mondelinge vraag
Hugo VandenbergheOver de justitiële reactie op de toegenomen criminaliteit in Brussel (nr. 4-1085)
(04-02-2010)
Vraag aan de heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie
Het Bureau heeft vanmiddag besloten een actualiteitendebat te houden over "de veiligheidssituatie in Brussel"
Bekijk het videofragment
Het is niet de eerste maal dat de criminaliteit in Brussel onze aandacht trekt. Ook de bende van Haemers trad destijds zeer agressief op tegen de politiediensten.
De criminaliteit in Brussel heeft nu echter een andere vorm aangenomen. Aan de basis van die criminaliteit liggen verschillende oorzaken; het zou dan ook verkeerd zijn om één welbepaalde oorzaak naar voren te schuiven. De internationalisering, de invloed van de grensoverschrijdende criminaliteit in bepaalde milieus zijn enkele oorzaken die in de jaarrapporten over de georganiseerde misdaad steeds worden benadrukt.
Wanneer die criminaliteit een weerslag heeft op het dagelijkse leven van onze medeburgers dringt een aangepaste aanpak zich op. De bewaring van de rust en van de openbare orde zijn basisrechten. Als die basisrechten niet worden gerespecteerd, kunnen de andere rechten die nodig zijn om een goed maatschappelijk en individueel leven uit te bouwen nooit worden gerealiseerd.
Naar aanleiding van de recente incidenten werden zeer snel uiteenlopende verklaringen afgelegd. Dit debat is geen wedstrijd in welsprekendheid waarbij het erop aankomt zo sterk mogelijke verklaringen af te leggen. Het is wel een politieke strijd waarbij wordt nagegaan wie de meest efficiënte maatregelen kan voorstellen. Wie een nultolerantie wil opleggen die evenredig is aan de uitdagingen, kan op mijn steun rekenen. Wie denkt aan een tapijtenbombardement over het hele Brusselse gewest, moet weten dat hiervoor niet de nodige middelen kunnen worden gevonden. Bovendien zou een dergelijke maatregel onaangepast zijn.
Ik vraag me dan ook af welk standpunt de regering inneemt. Het is immers de regering die bevoegd is. Het verwondert me dat minister Smet verklaart geen enkele Vlaamse euro meer te willen geven voor de politie in Brussel. Het is me niet bekend dat er in de Vlaamse begroting daarvoor middelen zijn uitgetrokken.
Er zijn ook meer dan 700 vacatures bij de Brusselse politie. Welke maatregelen neemt de regering om de personeelsformatie in te vullen, in plaats van nog eens in bijkomende agenten te voorzien?
Ik zou ook graag vernemen wat de weerslag is op de justitiële verwerking als de politie strenger gaat optreden. Wat zijn de intenties van de regering op dat vlak?
Antwoord van de heer Yves Leterme, eerste minister
Dit debat in deze Senaat is een bijzonder goed initiatief. Het is ook goed dat in deze assemblee sereniteit over dit moeilijke onderwerp heerst. Die sereniteit was de voorbije dagen niet altijd aanwezig.
Ik wil eerst enkele inleidende bedenkingen maken, en daarna dieper ingaan op enkele punten. Mijn collega’s Annemie Turtelboom en Stefaan De Clerck zullen op hun domein mijn uiteenzetting aanvullen.
Des événements d’un tel ordre, qui mettent en péril la confiance des citoyens au niveau de leur sécurité physique, ne peuvent être qualifiés de « faits divers ».
Anderzijds mag men van onze hoofdstad geen imago ophangen als zou ze in brand staan, als zou geweld er de regel zijn en als zou er geen orde heersen. Collega Van der Taelen heeft dat terecht beklemtoond. Men mag de toestand niet banaliseren, maar ook niet uitbuiten voor politiek gewin. Het probleem waarvoor we staan, is te belangrijk. We moeten het dan ook vanuit verschillende invalshoeken en volgens welbepaalde criteria aanpakken.
Ten eerste, moeten we kiezen voor een aanpak die we kunnen volhouden
Nous devons choisir une approche qui s’inscrit dans la durée.
We moeten tijdig beslissingen nemen, het beleid ter zake goed voorbereiden en het vervolgens dag na dag uitvoeren en volhouden ook als de materie de krantenkoppen niet meer haalt en onze assemblees er geen vragenuurtje aan wijden.
Il faut donc agir sans précipitation, et s’inscrire dans la durée. Deuxième élément : cette action nécessite l’implication de toutes les autorités.
Alle overheden dragen verantwoordelijkheid, zij het met verschillende bevoegdheden. Sommige overheden zijn verantwoordelijk voor het omkaderend sociaal beleid in de betrokken wijken, andere voor het integratiebeleid waarin wordt gewezen op eenieders rechten en plichten. Uiteraard dragen ook de verschillende politiecolleges, de federale overheid en de Brusselse gewestregering een verantwoordelijkheid. Daarom moeten we kiezen voor een beleid dat gestoeld is op de dialoog tussen die verschillende overheden.
Ik begrijp heel goed dat bij dergelijke incidenten in alle duidelijkheid een open maatschappelijk debat moet worden gevoerd, maar, als het stof gaat liggen, moet tussen alle betrokken verantwoordelijken de dialoog op gang komen zodat ze allen in dezelfde richting kunnen kijken.
Vandaag kondig ik nog niets concreets aan, maar ik zal wel, ingaande op een aantal voorstellen en suggesties, wellicht morgen al, op het kernkabinet een voorstel doen voor de structurering van die dialoog.
Je ne vais pas me précipiter ni faire des annonces précoces. Je ferai cependant, demain ou la semaine prochaine, une proposition de structuration du dialogue nécessaire entre tous les pouvoirs publics de la Région de Bruxelles-Capitale.
In onze aanpak moeten we de klemtoon leggen op een omkaderend beleid enerzijds en op de justitiële en politionele aspecten van de veiligheid anderzijds.
De kern van de oplossing ligt in een geïntegreerde aanpak van de hele veiligheidsketen: van preventie over politieaanwezigheid in de wijken – no-gozones zijn uiteraard onaanvaardbaar – tot en met de strafuitvoering. Alle schakels van de keten moeten we aanpakken.
Collega Turtelboom zal straks uitgebreid ingaan op de politieaanwezigheid.
Zelf kom ik nu bij het probleem van de beschikbare getalsterkte.
Mevrouw Turtelboom bezorgt u straks cijfers waaruit blijkt dat sinds 2004 het aantal politiemensen in Brussel-Hoofdstad verdubbeld is. Ik weet dat er vragen zijn naar de versterking en naar een grotere aanwezigheid van de politie op straten en pleinen, maar de realiteit is dat het aantal politieagenten op zes à zeven jaar is verdubbeld. De samenleving levert dus al een behoorlijke inspanning voor die kerntaak van de overheid.
Zowel op basis van een aantal beslissingen van de regering op initiatief van mevrouw Turtelboom, als naar aanleiding van het wetsvoorstel van mevrouw Lahaye-Battheu in de Kamer worden er nog extra mogelijkheden toegevoegd.
Mevrouw Turtelboom heeft naar aanleiding van voorgaande rellen op een bepaald moment vijftig voltijds equivalenten extra ter beschikking gesteld voor Brussel. Er is vastgesteld dat hun inzet misschien niet gericht was op de kerntaken van de politie. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt opdat dit wel zou gebeuren. Het wetsvoorstel van mevrouw Lahaye-Battheu zal ertoe leiden dat een aantal administratieve taken, die nu door de politiediensten worden uitgevoerd, niet meer in die mate door hen zullen moeten worden uitgevoerd. Daardoor zullen in Brussel een vijfennegentigtal voltijds equivalenten ter beschikking komen voor echt politiewerk.
Un débat doit porter sur les effectifs, qui doivent être comparés avec les normes et les réserves, avec le cadre réel et le cadre prévu. À ce propos, je voudrais souligner que la responsabilité appartient principalement aux zones et aux autorités communales concernées.
Preventieve aanwezigheid van de politiediensten vereist dat de regering en het parlement die mensen de nodige slagkracht geven opdat zij hun job op een behoorlijke manier zouden kunnen uitvoeren.
Het is goed dat in deze assemblee op een bepaald moment een wetsvoorstel is goedgekeurd om de strafverzwaring ook toe te passen op de functie van politieagent. Dat wetsontwerp van collega Claes is gisteren ook in de Kamercommissie goedgekeurd. Het is een stap in de goede richting. Het versterkt de positie van de politiemensen, die in het veld het beleid moeten waarmaken, terwijl politici enkel over een dossier spreken.
Andere initiatieven moeten en zullen volgen. Mevrouw Turtelboom bereidt een initiatief voor inzake de rechtsbijstand voor politieagenten die worden betrokken in procedures naar aanleiding van de uitoefening van hun job.
Ook de capaciteit om op te treden moet worden opgedreven. Het is de zware taak van de minister van Justitie om een antwoord te geven op de frustratie bij de politiemensen. Die frustratie moeten we als politici durven onderkennen. Wanneer een overtreding van de strafwet wordt vastgesteld, die onder meer te maken heeft met de fysieke veiligheid, maar ook met alle vormen van illegaliteit en criminaliteit, moet daaraan, om het eufemistisch uit te drukken, het passend gevolg worden gegeven.
Ook hiervoor heeft de minister van Justitie al heel wat inspanningen geleverd. Recentelijk heeft hij nog het voornemen geuit om de permanentie bij het parket in Brussel te versterken, zodat het parket het juiste gevolg aan de processen-verbaal kan geven.
Er moet uiteraard nog meer worden gedaan. Ik kom bij de zittende magistratuur en de discussie rond het snelrecht en de volle gerechtelijke afhandeling daarvan. Ik laat het aan collega De Clerck over om daarover een antwoord te geven.
Ik stip nog een laatste punt aan, omdat het door een aantal collega’s is aangehaald. Al onze initiatieven, zoals de versterkte politionele aanwezigheid – ik heb het dan niet om het omkaderend beleid – het versterken van de capaciteit van de politie om gepast op te treden, het doen van vaststellingen zodat het parket daaraan gevolg kan geven, moeten ertoe leiden dat, indien daar reden toe is, zoveel mogelijk bestraffend wordt opgetreden.
Er blijft dan nog het aspect van de strafuitvoering. Het is niet correct te beweren dat deze regering, zoals vorige regeringen met een andere samenstelling, de afgelopen jaren geen inspanningen heeft geleverd om de capaciteit in de gevangenissen en voor de jeugddelinquentie, het elektronisch toezicht enzovoort, op te voeren.
Au niveau des régions, les procédures à suivre pour l’obtention de permis de bâtir et l’extension des prisons sont parfois complexes et lourdes. Grâce aux efforts du ministre de la Justice et du responsable de la Régie des bâtiments, nous voyons enfin le bout du tunnel. Nous continuons à sélectionner des lieux où nous pourrons implanter de nouveaux établissements pénitentiaires. En outre, la capacité d’accueil des délinquants juvéniles sera aussi augmentée, et le complexe de Saint-Hubert sera ouvert sous peu.
Er worden dus inspanningen geleverd om de capaciteit uit te breiden. Dat betreft de laatste schakel vóór de herintegratie van gevangenen nadat ze hun straf hebben uitgezeten.
We mogen de zaken niet bagatelliseren, maar evenmin mogen we het beeld ophangen dat heel Brussel in brand staat. De situatie vraagt een nuchtere, duurzame aanpak waarbij elke schakel van de veiligheidsketen evenveel aandacht krijgt.
Over de organisatie van de politie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen de politieke standpunten ver uit elkaar. Naar mijn mening is het evenwel niet realistisch alle heil te verwachten van de manier waarop de politiezones worden georganiseerd.
Il me paraît trop facile de croire que la fusion des six zones de police en une seule est la solution.
Naar aanleiding van vroegere rellen en van een beleidsreactie vorig jaar hebben de korpschefs van de zes zones op 13 januari 2010 een samenwerkingsprotocol gesloten. Los van het huidige debat biedt dit protocol al bijzonder veel mogelijkheden voor een effectievere en efficiëntere inzet van onze politie.
Ik geef uiteraard graag de kans aan mijn collega’s van Justitie en Binnenlandse Zaken om dieper in te gaan op de materies van hun beleidsdomein.
Antwoord van mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken
Elk van ons is het ermee eens dat veiligheid een recht is van iedereen. Of men jong of oud is, rijk of arm; veiligheid is een basisrecht en is geen fait divers.
Veiligheid is de verantwoordelijkheid van politie, justitie, lokale autoriteiten, gewesten, gemeenschappen en van de hele veiligheidsketen. Ik verwijs daarbij graag naar het voorbeeld van Charleroi. We herinneren ons nog goed dat de situatie er onaanvaardbaar was. We hebben de vicieuze cirkel evenwel kunnen doorbreken door samen te werken met politie, justitie, sociale inspectie, toepassing van gemeentelijke administratieve sancties, preventieambtenaren, federale en lokale politie.
Na de gebeurtenissen van de voorbije weken mogen we Brussel niet afschrijven. Ook daar ligt de oplossing in het samenwerken.
Dat is ook de reden waarom op de vergadering van afgelopen maandag afspraken werden gemaakt met de sociale en economische inspectie, de lokale en de federale politie en justitie om meer in de diepte te werken, de netwerken op te rollen en te zorgen voor een veiliger samenleving.
Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Molenbeek hebben we aan de honderdvijftig agenten die de federale politie bijkomend had ingezet om de lokale politiezones in Brussel permanent te ondersteunen, nog vijftig extra agenten toegevoegd. We hebben daaraan echter één voorwaarde verbonden. Voor de eerste keer hebben we gevraagd dat de zes politiezones een protocol ondertekenen dat er moet voor zorgen dat de zones samenwerken. Ik ben geen fetisjist van één politiezone, maar ik ben er wel van overtuigd dat altijd en overal een betere samenwerking moet worden nagestreefd. Die weg willen we verder bewandelen.
Daarom ook vond gisteren een vergadering plaats met de zes korpschefs van de zones, de commissaris-generaal en de twee directeurs-generaal Dirco en Dirju, om tot een geïntegreerde werking van de politie te komen.
We hebben de politie tien jaar geleden hervormd. Uit de evaluatie van tien jaar politiehervorming blijkt dat hervorming is geslaagd. De politie op twee niveaus met een lokale politie die wordt ondersteund door de federale politie, de geïntegreerde werking, is een succes. Dat is de weg die we verder moeten bewandelen. Dat was ook de inzet van de vergadering van gisteren: op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat de bijkomende agenten voor Brussel optimaal worden ingezet en dat de samenwerking maximaal kan worden georganiseerd met het oog op een veiliger stad.
Het aantal politieagenten blijft een eeuwige discussie: er zijn te weinig agenten; zevenhonderd plaatsen zijn niet ingevuld. Ik kan nu zeggen dat we boven de KUL-norm zitten die bij de start van de politiehervorming als maatstaf werd genomen. Er zijn vandaag meer agenten in Brussel dan één, twee, drie, vijf jaar geleden. Dat geldt trouwens voor het hele land. In 2004 waren er in Brussel 2645 agenten, in 2009 waren er 5033 agenten. Door een beter geïntegreerde samenwerking kunnen we onze capaciteit efficiënter en rendabeler maken.
Ik verwijs in dat verband ook naar het voorstel van wetswijziging dat gisteren in de Kamer werd ingediend en waardoor het werkvolume van de lokale politie met 2% zou afnemen, in Brussel een equivalent van honderd agenten. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat er meer agenten op straat zijn.
Uiteraard staan een aantal maatregelen op stapel; met een kalasjnikov op een agent schieten is geen fait divers, maar een ernstig feit. Agenten staan in de samenleving in voor de veiligheid van alle burgers. Geweldpleging tegen hen is onaanvaardbaar. Om die reden steunen we het wetsvoorstel van senator Claes om gewelddaden tegen politieagenten zwaarder te bestraffen. Ook hoop ik zo snel mogelijk in het parlement een tekst te kunnen indienen met betrekking tot de kosteloze rechtsbijstand, zodat politieagenten op alle mogelijke steun kunnen rekenen wanneer zich incidenten voordoen.
Dat brengt me bij de radiocommunicatie. Ik heb de tijdstabel opgevraagd en hieruit blijkt dat het bericht dat er gedurende veertien minuten niets is gebeurd, niet klopt. Er zijn twee verschillende feiten gemeld: één om 9.11 uur en één om 9.25 uur. De oproep met betrekking tot de overval is pas om 9.27 uur binnengekomen, dus twee minuten nadat de achtervolging was ingezet. Dat neemt niet weg dat een betere samenwerking, ook op het vlak van radiocommunicatie, mogelijk en wenselijk is. Indien de communicatie kan worden verbeterd door de instelling van één radiokanaal, dan moeten we alle betrokken actoren van het nut hiervan overtuigen.
Ten slotte wil ik antwoorden op de vragen van senator Vande Lanotte over de klachten van de bewoners met betrekking tot de vermeende criminele activiteiten van de bewoners van het huis in de Wauthierstraat nr. 36. Volgens mijn informatie heeft de politie inderdaad klachten ontvangen, zij het meer dan een jaar geleden. Het gaat om klachten in verband met niet-legale garages in de Wauthierstraat nr. 36.
De politie van de zone Brussel-Hoofdstad-Elsene, en meer bepaald het wijkcommissariaat, was dus wel degelijk op de hoogte van de problemen met de buurman in de wijk. De politie heeft de klachten ernstig genomen en is opgetreden. Op 4 september 2008 heeft de politie in de Maria-Christinawijk een controle gedaan op de aanwezigheid en exploitatie van illegale garages, alsook op het illegaal verblijf van personen. De politie heeft samen met andere diensten, zoal Net Brussel, de Vreemdelingendienst en de dienst Urbanisme, een controle van de garages en van de aanwezige personen met verscheidene politiediensten gedaan. Hieruit bleek dat bepaalde garages niet in orde waren met de uitegereikte vergunningen. De diverse diensten hebben de nodige processen-verbaal opgesteld. Bovendien werden alle aanwezige personen en voertuigen gecontroleerd.
De uitbater van de garage in de Wauthierstraat nr. 36 werd op 4 september 2008 een verbod tot exploitatie opgelegd wegens zwartwerk en het niet in het bezit zijn van de nodige toelatingen. Er was op dat ogenblik echter geen sprake was van handel in gestolen voertuigen.
De petitie waaroverde heer Vande Lanotte het in zijn vraag had, is overhandigd aan de dienst urbanisme van de Stad Brussel. Het is dus een zaak voor de lokale overheid. Ik reken erop dat de petitie met de nodige ernst wordt onderzocht.
Wat de eventueel overhandigde foto’s betreft, is het zo dat vandaag, 4 februari 2010, de lokale politie van de betrokken buurman inderdaad een cd-rom heeft ontvangen met foto’s van de personen die toegang hadden tot de garage in de Wauthierstraat nr. 36.
Antwoord van de heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie
Personnellement, j’ai été choqué en apprenant qu’une école était obligée de quitter un quartier. C’est alors que nous avons compris que nous devions agir pour rétablir la sécurité à Bruxelles, en particulier dans le quartier de Cureghem à Anderlecht.
Nous avons donc réagi immédiatement et pris, avec le Parquet, toutes les mesures qui s’imposent.
We moeten een onderscheid maken tussen dossiers van zware criminaliteit, die de bijzondere aandacht van het parket-generaal verdienen, en de problematiek van straatcriminaliteit, waartegen eveneens adequaat moet worden opgetreden. De problemen kunnen echter niet alleen door politie en justitie worden opgelost. Op dat punt sluit ik me volkomen aan bij de eerste minister, die daarnet zegde dat alle overheden samen in dialoog naar een oplossing moeten zoeken en moeten nagaan hoe we tot een geïntegreerde werkwijze kunnen komen.
Wat heeft mijn departement tot nog toe gedaan?
Maandag heeft de procureur des Konings al overleg gepleegd met de burgemeester, de korpschef, dirco en de overige betrokkenen. Daar werd onder meer beslist over te gaan tot een nultolerantiebeleid in die bepaalde wijk. De procureur des Konings deelde me mee dat er voor heel Brussel een nultolerantiebeleid wordt gevoerd bij agressie tegen politiemensen, maar dat er in die specifieke wijk nu een algemeen nultolerantiebeleid zal worden gevoerd.
Nultolerantie algemeen en permanent toepassen is niet mogelijk, aangezien men zo’n beleid niet in lengte van weken, maanden of jaren voor honderd procent kan verzekeren. Desalniettemin is die beslissing in dit geval absoluut verantwoord.
Het parket heeft zijn werkorganisatie aangepast met het oog op een beschikbaarheid gedurende 24 uur per dag, zodat het onmiddellijk kan reageren op de acties van de politiediensten.
Een volgende schakel is de zittende magistratuur. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel zegde dat hij dat moeilijk realiseerbaar achtte.
Mijn verklaringen in deze zaak dateren van na de gesprekken op maandag tussen het parket en de zetel van de rechtbank, toen werd beslist tot nultolerantie over te gaan.
De rechtbank van eerste aanleg van Brussel beschikt over 104 magistraten en 35 toegevoegde rechters. Ingevolge een normale evolutie zijn er vijf vacatures.
Dat zijn relatief veel magistraten. Het argument dat de rechtbank niet kan werken, is volgens mij niet juist.
Overigens zijn er in Brussel sinds november twee kamers bevoegd voor dit soort dossiers. Vandaag wordt niet het vroegere, klassieke snelrecht toegepast, maar wordt er gewerkt met een dagvaarding bij proces-verbaal. Deze werkwijze is efficiënter en wordt in Brussel toegepast op initiatief van mijn voorganger, Jo Vandeurzen. Hij heeft de procureurs-generaal attent gemaakt op de wijziging van artikel 216quater en hen gevraagd meer gebruik van deze procedure die tot een versnelde correctionele afwikkeling kunnen leiden.
./..
De vraag was alleen of en onder welke voorwaarden er eventueel een bijkomende kamer zich met deze dossiers kon bezighouden, zodat ze binnen een redelijke termijn kunnen worden behandeld.
Ik heb onmiddellijk contact opgenomen met de hiërarchische oversten en vergaderd met de procureur-generaal en de eerste voorzitter van het hof van beroep in Brussel om afspraken te maken over de organisatie van de rechtbank van eerste aanleg, zodat de acties van politie en parket goed en snel worden opgevolgd door de zetel van de rechtbank van eerste aanleg. Ik ben ervan overtuigd dat dit zal gebeuren. We zetten deze dialoog voort.
En ce qui concerne le suivi, le parquet fait le nécessaire. Le tribunal de première instance s’organise et le dialogue sera poursuivi en ce qui concerne le cadre dont ils disposent.
Se pose par ailleurs la question de savoir dans quelle mesure il faut réagir en cas de condamnation : l’exécution des peines, un large débat à mener. Je tiens simplement à signaler que demain, le Conseil des ministres se prononcera sur l’élargissement du bracelet électronique : nous voulons passer rapidement d’une capacité de cent bracelets à mille cinq cents. Cela facilitera les choses. Par ailleurs, le contrat dont nous disposons offre une certaine flexibilité.
Dan is er de capaciteit van de gevangenissen, die voor de strafuitvoering moeten instaan. Alleen al voor de nieuwe gevangenissen gaat het om dertien dossiers die moeten worden gevolgd. Bepaalde dossiers evolueren al positief. Tongeren is klaar en heropend, met 34 cellen waarvan de helft voor jongeren beschikbaar is. Saint-Hubert met een jeugdafdeling gaat ten laatste op 1 april officieel en volledig open, waardoor we de opvang in Everberg kunnen herschikken en we kunnen voortwerken rond de jeugdgevangenis te Achène. Ook in Gent en Antwerpen wordt er geïnvesteerd. De dossiers van Brussel, Dendermonde, Beveren, Leuze, Marche-en-Famenne zijn in volle ontwikkeling. Wellicht zal de realisatie van deze dossiers inderdaad enige vertraging oplopen, maar er wordt hard aan gewerkt.
De ingebruikname van cellen in de gevangenis van Tilburg verruimt ook onze capaciteit. Dagelijks worden nu gevangenen overgebracht. Morgen ga ik ernaartoe om afspraken te maken met de Nederlandse collega’s. De druk in de Belgische gevangenissen zal minder groot worden en de kwaliteit van de opvang van gedetineerden kan verbeteren. Het is een overgangsperiode in afwachting van nieuwe gevangenisstructuren.
Als de hele keten, van politie over parket tot rechtbank, goed werkt, zullen we beter kunnen reageren. We moeten het principe vasthouden dat straffeloosheid niet meer kan. Aan elke straf die een rechtbank uitspreekt, moet gevolg worden gegeven. Het heeft weinig zin de hele keten voor het nultolerantiebeleid te mobiliseren, als op het einde van die keten, na een veroordeling door de rechtbank, de sanctie niet wordt uitgevoerd, zoals dat nu vaak het geval is bij gevangenisstraffen van minder dan zes maanden. Ik ga na hoe we dat kunnen realiseren.
Binnen de regering plegen we verder overleg om deze maatregelen te concretiseren en duurzame maatregelen te treffen. We willen de problematiek van Brussel in de breedte aanpakken, niet vanuit een louter veiligheidsbenadering, maar een ruime integrale aanpak waarbij alle overheden betrokken zijn.
Hugo Vandenberghe Ik dank de eerste minister en de bevoegde ministers omdat ze zo uitgebreid op het debat zijn ingegaan. Dat bewijst in ieder geval dat de regering het probleem niet banaliseert.
Er is een multi-institutionele aanpak nodig. Diverse overheden die in Brussel bevoegdheden hebben, zullen moeten samenwerken. Dat is de juiste aanpak, maar samenwerkingsfederalisme impliceert uiteraard ook federale loyauteit. Dat betekent dat men in de politieke discussie ook een atmosfeer moet creëren waar wel verschillende opvattingen kunnen bestaan, maar waar er tot een echte conclusie moet worden gekomen. Men kan niet pleiten voor veiligheid en nadien een politieke atmosfeer creëren die conclusies verhindert. Het resultaat is de toetssteen op het terrein. In het verleden is dat op een bepaald ogenblik gelukt en ik denk dat het ook hier het geval zal zijn. Voor de dringende investeringen voor de gevangeniscapaciteit hebben de bevoegde ministers, naast de budgettaire problemen, ook problemen op het terrein om alle vergunningen en alle voorwaarden te bereiken om tot de aanbestedingen te komen zoals in de deelstaten wordt gesignaleerd.
Ik denk dat onze wetgeving onvolkomen is. We hebben wel een wetgeving voor onteigeningen in dringende omstandigheden, maar er zijn soms ook andere dringende omstandigheden die een snelprocedure in bepaalde investeringen bij dringende nood mogelijk zouden moeten maken. De Senaat zou er eens over moeten nadenken of er geen globale regeling moet komen, zoals de regering nu voorstelt voor de financiële crisis. Het lijkt me nuttig een noodstandsregeling, een begrip dat in de rechtsleer wel bekend is, maar waarover betwisting bestaat, in het leven te roepen voor wanneer we met dringende problemen worden geconfronteerd.
Terug naar het overzicht

