Mondelinge vraag
Pol Van Den DriesscheOver de schending van de mensenrechten in China (nr. 4-1015)
(07-01-2010)
Vraag aan de heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen
Zoals u weet, veroordeelde de Chinese rechtbank de bekende dissident Liu Xiaobo op Kerstmis tot elf jaar cel. Samen met veel anderen in binnen- en buitenland ben ik geschokt door dit harde vonnis van een Chinese rechtbank. Het stoot tegen de borst dat een van de belangrijkste voorvechters van de mensenrechten op die manier wordt aangepakt door een land waarmee wij nauwe banden hebben. Bovendien beweren mensenrechtenorganisaties dat in de Volksrepubliek nogal wat basisrechten blijvend en grof met voeten worden getreden.
Nochtans was ons, in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008, voorgehouden dat de situatie inzake mensenrechten in China zou verbeteren, onder meer door dit immense sportfeest. Ik herinner in dat verband aan de resolutie die op 12 juni 2008 door de Senaatscommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging werd goedgekeurd.
De Belgische Senaat riep de federale regering daarin op om "kritisch" te reageren op de "herhaalde schendingen van de mensenrechten", er bij de Chinese regering op aan te dringen de rechten te respecteren en om haar steun te betuigen aan de voorvechters ervan.
Op de veroordeling van professor Xiaobo werd intussen afkeurend gereageerd door de Belgische overheid en de Europese Unie. Ik had echter een forser protest verwacht.
Ik heb dan ook volgende vragen.
Wat zal u ondernemen om Liu Xiaobo versneld vrij te krijgen?
Sprak u hierover met de Chinese ambassadeur in België?
Kloppen de beweringen van de mensenrechtenorganisaties dat de toestand van dissidenten er in de Volksrepubliek op achteruitgaat?
Liggen economische belangen aan de basis van de nogal lauwe reactie van de Europese Unie en van België?
Antwoord Ik maak mij samen met mijn Europese collega’s inderdaad zorgen over het strenge vonnis dat werd uitgesproken tegen de Chinese mensenrechtenverdediger Liu Xiaobo. Die uitspraak werd bekritiseerd door de belangrijkste westerse mogendheden, die overigens altijd tot zijn vrijlating hebben opgeroepen. Zo werd door het Zweedse voorzitterschap op 28 december jongstleden aan de Chinese autoriteiten een protestnota overhandigd waarin het lot van de Chinese dissident wordt aangeklaagd.
Sinds 1 december 2009 krijgt Europa, in het kader van het Verdrag van Lissabon, eindelijk de gelegenheid om als politieke macht op te treden.
We mogen de protestnota van het Zweedse voorzitterschap namens de Europese Unie dus niet beschouwen als een lauwe reactie omdat niet alle zevenentwintig landen er een kopie trachten van te maken. Ook de lidstaat België moet zich vertegenwoordigd voelen door de demarches van het Zweedse voorzitterschap. Ik ben het dus niet eens met de opinie van de heer Van Den Driessche dat België nog iets extra moet ondernemen, want daardoor zou de stem van Europa minder gehoord worden. Ons land is met de protestnota van het Zweedse voorzitterschap afdoende vertegenwoordigd.
Zoals u weet, hechten België en de EU veel belang aan de situatie van de mensenrechten in China. Sinds 1995 voert de EU twee maal per jaar een mensenrechtendialoog met Beijing. Onder het Belgische Voorzitterschap van de EU tijdens het tweede semester van 2010, zal ook een dergelijke dialoog plaatsvinden. De laatste dialoog vond plaats in China op 20 november 2009. Toen werd de vrije meningsuiting besproken alsook het gebrek aan transparantie rond de vele recente arrestaties en gerechtelijke veroordelingen in China.
Ter gelegenheid van de dialoog van november 2009 werd aan de Chinese autoriteiten een lijst bezorgd met individuele gevallen, waaronder ook het geval van Liu Xiabo. De EU vraagt China aldus met aandrang een stand van zaken omtrent het lot van elk van die individuele mensenrechtenverdedigers, alsook hun onmiddelijke vrijlating.
Organisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch sloten zich aan bij de mening van de Europese Unie en wezen erop dat de mensenrechtensituatie in China erg zorgwekkend blijft.
Voor het overige beschik ik, noch de Belgische diplomatie, over enige informatie die een nieuw licht zou kunnen werpen op de sitautie van de mensenrechten in China.
Ik bevestig dat de Belgische overheid er niet aan denkt om haar opinie over de mensenrechten in een soort van géométrie variable te laten afhangen van economische belangen. Die twee hebben met elkaar niets te maken en volgen elk een eigen logica.
Pol Van Den Driessche Als groot voorstander van de Europese Unie ben ik blij dat de minister naar Europa verwijst. Ik hoop dan ook dat de Unie met zijn 27 lidstaten even fors zal reageren als president Obama heeft gedaan namens zijn land, dat overigens kleiner is dan Europa en over minder mogelijkheden beschikt. Toen Obama in de Volksrepubliek op bezoek was, heeft hij zijn Chinese collega nog eens ferm de levieten gelezen en duidelijk gezegd dat hij zich zeer zwaar zorgen maakt over de evolutie van de mensenrechten.
Toch ben ik, net als minister Vanackere, zeer hoopvol en ik hoop dat ook hij deze lijn zal aanhouden.
Terug naar het overzicht


