Oorlog en Vrede
Adopteer een oorlogsgraf(27-04-2009)
Adoptie Oorlogsgraven WO I en WO II
Doelstelling
In het vooruitzicht van de herdenking 2014-2018 moet iedereen bewust worden gemaakt van de gruwelijkheden van een oorlog.
Te veel mensen hebben weinig besef van de onmenselijke omstandigheden van oorlog en geweld.
Ook de sociaal-economische achtergrond, de aanleiding tot WO I en WO II en de gevolgen van de oorlog dreigen uit het actieve geheugen van mensen te verdwijnen.
Zo waren de doorbraak van de Vlaamse emancipatie, de aanzet tot de verdere democratisering van ons politieke bestel, … enz. slechts enkele gevolgen van processen die tijdens of kort na WO I op gang kwamen.
De doelstelling is dus om jongeren én ouderen voldoende bewust te houden van de impact die oorlogen op onze samenleving uitoefenen.
In de hoop dat er “nooit meer oorlog” komt…
Probleemstelling
Tijdens de twee wereldoorlogen werden de gesneuvelden ter plaatse begraven, meestal zonder gedenkstenen of uiterlijke kenmerken. In België werd bijna de helft van de oorlogsgraven van Belgische gesneuvelden kort na de Eerste Wereldoorlog gesupprimeerd. De militaire overheid bood de kans aan de nabestaanden om hun familielid dicht bij huis een waardige rustplaats te geven.
Hiermee ging de Belgische overheid in tegen een beslissing van de Britse overheid. Die besliste om de gesneuvelden van het Britse leger – en dus ook uit de Commonwealth landen - niet te repatriëren maar wel om op het slagveld grote oorlogskerkhoven in te richten. Dit verklaart waarom veel nakomelingen van gesneuvelden uit landen als Nieuw-Zeeland, Australië, Groot-Brittanië maar ook India en Pakistan naar de Ieperstreek afzakken. Een deel van hun persoonlijk verleden ligt er begraven !
Er werd een commissie voor oorlogsgraven van de Commonwealth opgericht die tot op vandaag instaat voor het onderhoud van die kerkhoven. Deze organisatie stond ook voor de aanmaak van een zeer gedetailleerd repertorium met de begraafplaats van alle gesneuvelden.
Ook Duitse gesneuvelden werden meestal niet gerepatrieerd maar in grote kerkhoven begraven. Het onderhoud van deze kerkhoven laat soms te wensen over… .
Van de 41.000 gesneuvelde Belgische soldaten werden er ongeveer 20.000 ontgraven en op een kerkhof in hun gemeente opnieuw begraven, meestal op een aparte plaats en samen met andere gesneuvelden uit hun woonplaats. Dit zorgt ervoor dat op veel lokale kerkhoven een speciale zone is voorzien met graven van gesneuvelden. Maar dit houdt ook in dat de militaire overheid geen bevoegdheid meer heeft over deze graven : de gesneuvelden werden immers herbegraven op een burgerlijk kerkhof. In België is de gemeentelijke overheid bevoegd voor burgerlijke kerkhoven.
In tegenstelling met veel andere landen die vochten in WO I en WO II werd er in België geen repertorium van de oorlogsgraven aangelegd. Zo verdwijnen er nu jaarlijks graven door gebrek aan registratie. Een duidelijk repertorium van alle oorlogsgraven is dus noodzakelijk!
Dat repertorium kan ook bijdragen tot de bescherming van de oorlogsgraven op burgerlijke begraafplaatsen. Het Vlaams decreet Burgerlijke Kerkhoven van 16/01/2004 bepaalt immers dat historisch waardevolle graven niet mogen verdwijnen, voor zover het college van Burgemeester en schepenen een lijst heeft opgemaakt waar de waardevolle graven op vermeld staan.
De definitie van “historisch waardevol” is echter nergens omschreven. Zo komt het voor dat een oorlogsgraf op een burgerlijk kerkhof verdwijnt zonder dat iemand er kennis van heeft. Een mogelijke oplossing kan erin bestaan om alle oorlogsgraven op een burgerlijk kerkhof als historisch waardevol te beschouwen.
Op vandaag is er enkel een database die wordt bijgehouden door vrijwilligers.
De informatie over het lot van de Belgische gesneuvelden zit vervat in documenten die telkens bij verschillende diensten zijn ondergebracht :
- Het militair dossier van elke soldaat
- De militaire lijsten met gesneuvelden uit WO I en WO II
- De militaire paspoorten van gesneuvelde soldaten
- De dossiers van de dienst oorlogsgraven.
Het zou aangewezen zijn om deze documenten voortaan aan één dienst toe te vertrouwen, waarbij ze door gespecialiseerde historici geïnventariseerd en ontsloten worden.
Kader project 2014-2018
Het project 2014-2018, opgezet door de Vlaamse overheid, is ideaal om een adoptieproject in te kaderen. Het project kan instaan voor het in kaart brengen van de oorlogsgraven ( inventarisatie) maar ook voor de actieve ondersteuning van groepen die een adoptieproject in de praktijk brengen (herinneringsluik) .
In de praktijk echter zijn er nog obstakels te overwinnen.
De versnippering van bevoegdheden dreigt ervoor te zorgen dat het oorlogserfgoed niet optimaal ontsloten wordt.
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de burgelijke kerkhoven.
De provincie West-Vlaanderen heeft via de Dienst Cultuur het project “Oorlog-Vrede” maar via de dienst Toerisme een ander programma met Westtoer.
De Vlaamse overheid is verantwoordelijk voor het Roerend Erfgoed via de minister van Cultuur en voor het Onroerend Erfgoed via de minister van Ruimtelijke Ordening. De minister voor Toerisme is dan verantwoordelijk voor dit luik van het project. Voor het educatieve luik is de minister van Onderwijs verantwoordelijk.
De federale overheid is met de minister van Defensie bevoegd voor de militaire kerkhoven. De minister van Buitenlande Zaken is dan weer bevoegd voor het uitnodigen van hoge buitenlandse gasten voor de herinneringsplechtigheden.
Om al deze zaken op elkaar afgestemd te krijgen, is een goede en doortastende coördinatie noodzakelijk.
Het lijkt ons wenselijk dat het Ministerie van Defensie een coördinerende taak op zich neemt.
Methodiek
Onze methodiek bestaat erin dat mensen een graf “adopteren”.
Er kan een fysiek bezoek gebracht worden aan het graf (waarbij het graf wordt opgepoetst en opgesmukt).
Nog meer van belang echter is dat mensen – in klassikaal of in verenigingsverband- actief op zoek gaan naar gegevens van de gesneuvelde wiens graf ze adopteren.
Via de zoektocht naar de gegevens van die ene gesneuvelde komen de mensen in contact met het algemene tijdskader, met problemen uit de oorlogstijd : sociale onrust, internationale conflicten, gebrek aan medische voorzieningen … . En leren ze ook het “dwaze” van oorlogen inzien. De oorlogsgruwel krijgt een “gezicht”.
Implementatie
Voor jongeren in klassikaal verband door een aangepast lessenpakket worden de jongeren in contact gebracht met de leefwereld van een soldaat uit WO I of WO II.
Het lijkt mij aangewezen te opteren voor een lessenreeks bij 17-18 jarigen. De beleving van dergelijke oefening zal verder dragen als de leerlingen al een zekere zin van inlevingsvermogen hebben in de leefwereld van de gesneuvelde. De actieve zoektocht naar info (over een gesneuvelde soldaat) vereist een zekere vaardigheid en maturiteit die bij kinderen uit het lager onderwijs nog niet ontwikkeld zal zijn.
Bij een volgende aanpassing van de leerplannen 3de graad MAVO/GESCHIEDENIS zou dit thema moeten opgenomen worden.Maar dat is uiteraard een bevoegdheid van de Gemeenschappen.
Voor mensen in verenigingsverband wordt een map met een stappenplan opgemaakt.
Deze methodiek kan enkel slagen als er op professionele manier een repertorium van gesneuvelden wordt opgemaakt. Hiervoor kan samengewerkt worden met bestaande organisaties, zoals het Oorlogsmuseum Zonnebeke of in het “In Flanders Fields” in Ieper. Deze instellingen hebben de knowhow en gespecialiseerde historici in huis om een dergelijk project te begeleiden. Uiteraard moet er voorzien worden in werkingsmiddelen.
In beide gevallen is ook de samenwerking met oudstrijdersverenigingen aangewezen.
Vergelijkbare projecten
In het Verenigd Koninkrijk loopt in secundaire scholen een gelijkaardig project voor 16-17 jarigen, met dat verschil dat de Britse gesneuvelden nog hier begraven liggen.
De leerlingen moeten de levensloop van een gesneuvelde uit de eigen familie nagaan, waarbij een reis naar Ieper en omstreken het lessenpakket afsluit. Er wordt dan effectief aan het graf van de gesneuvelde een bezoek gebracht.
In Wallonië is er een groep van oud-strijders die zich actief ontfermt over de oorlogsgraven. Zij doen dat door adoptie van een oorlogsgraf. Iedereen kan vrijwillig het graf van een gesneuvelde adopteren, met de belofte het graf te onderhouden. Op 11 november wordt dan een extra inspanning geleverd om de gesneuvelde te herdenken.
In Italië, meer bepaald in Assisië, werden door de lokale gemeenschap een 50-tal graven geadopteerd. Elk graf wordt 1 maal per jaar gereinigd en getooid met bloemen. De lokale basisscholen participeren in dit project.
Concrete stappen
-Ministerie van Defensie verzoeken om een coördinerende rol op zich te nemen
-Voorstel overmaken aan de minister van Onderwijs van de gemeenschappen
-Contacten leggen met beheerders oorlogsgraven ( Westhoek en elders)
-Opstellen van repertorium oorlogsgraven via Defensie
-Nagaan op welke wijze dit project in het onderwijs kan ingepast worden, natuurlijk na overleg en met instemming van de Gemeenschappen
-Overleg met oudstrijdersverenigingen, heemkundige kringen, …
-Medewerking Ministerie van Defensie vragen via Instituut Veteranen-NIOOO
voor educatief pakket – cfr. Klassedagen
Terug naar het overzicht van dit dossier.


