Els Schelfhout - Pol Van Den Driessche
Wetsvoorstel tot wijziging van de bestraffing van de overschrijding van de toegestane cumul van het overlevings- en rustpensioen met een beroepsinkomen
(01-07-2009)
ingediend door Els Schelfhout cs.
TOELICHTING
1. Algemene context
België is een welvaartsstaat en tracht onder meer via het socialezekerheidsstelsel het welzijn en de welvaart van de mensen te garanderen. Aangezien onze sociale zekerheid slechts standhoudt door zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden, is het essentieel dat de werkgelegenheid wordt gevrijwaard. Om dit te bereiken worden vele maatregelen genomen. Er zal echter ook een mentaliteitsverandering moeten plaatsvinden, onder meer naar ouderen toe. Het is niet nieuw dat mensen langer aan het werk zullen moeten blijven om het socialezekerheidsstelsel te kunnen financieren en meer in het bijzonder het wettelijk pensioenstelsel.
Dit wetsvoorstel spitst zich toe op weduwen/weduwnaars en oudere personen met de pensioenleeftijd die reeds van een pensioen genieten en die beroepsactiviteiten willen blijven verrichten. Momenteel mogen zij slechts beperkt bijverdienen (er wordt hier verder op ingegaan). Veel gepensioneerden balanceren op de armoedegrens en hebben het dus vaak financieel nodig om bij te klussen. Anderen voelen zich goed bij het werk dat ze verrichten en willen dat graag verder blijven doen. Het geeft hen gelegenheid tot het behouden van sociale contacten, ze voelen zich nodig en gewaardeerd om het werk dat ze verrichten.
De indieners van dit wetsvoorstel menen dat de cumulbeperking moet worden afgebouwd. Ze zetten hiertoe in dit wetsvoorstel een eerste stap die betrekking heeft op de bestraffing van het niet-respecteren van de cumulbeperking.
Dit initiatief is illustratief voor het belang dat wordt gehecht aan werkgelegenheid en draagt bij tot de mentaliteitsverandering inzake de tewerkstelling van oudere personen. Voorts betalen deze personen, die een rust- of overlevingspensioen genieten, bijdragen op hun bijkomend inkomen. Door beroepsactiviteiten te verrichten, blijven ze sociaal betrokken en deel uitmaken van de actieve maatschappij. Dat deze personen actief blijven op de arbeidsmarkt kan dan ook alleen maar worden toegejuicht.
a. Rustpensioen
De problematiek van de vergrijzing is gekend. De babyboom die zich voordeed na de Tweede Wereldoorlog en de stijgende levensverwachting zorgen ervoor dat het aandeel van senioren in de bevolkingssamenstelling stijgt. Dat zorgt in de huidige context voor een probleem vermits ons wettelijk pensioenstelsel wordt betaald door de actieve bevolking die relatief afneemt in verhouding tot de ouderen. Er zal een grondig debat moeten gevoerd worden om deze prangende problematiek in de maatschappij grondig aan te pakken. Vele mensen – zowel diegenen die reeds gepensioneerd zijn, als diegenen voor wie het pensioen in zicht komt – maken zich immers zorgen over hun pensioen.
Door het bestraffingsmechanisme te wijzigen in geval van de overschrijding van het grensbedrag, wordt het signaal gegeven dat een bijkomend inkomen verwerven niet wordt bestraft. Deze stap draagt bij tot de mentaliteitswijziging die kan leiden tot stijging van de tewerkstellingsgraad van ouderen. Er werd al gewezen op de sociale voordelen die voortzetting van de beroepsactiviteiten met zich meebrengt. Dat is geen onbelangrijk gegeven in deze maatschappij waar een toenemende vereenzaming van ouderen een feit is.
De indieners zijn ervan overtuigd dat een betere regeling inzake de cumul van een rustpensioen voor personen met de pensioenleeftijd met een bijkomend inkomen kan leiden tot een hogere werkgelegenheidsgraad van ouderen. Dat heeft volgens hen voordelen voor zowel de betrokken groepen als voor de overheid. Extra inkomsten uit arbeid leiden tot hogere ontvangsten voor de sociale zekerheid en overheid. Het maakt een hogere consumptie mogelijk, wat gunstig is voor de economische groei.
b. Overlevingspensioen
Wie net zijn echtgenoot/echtgenote heeft verloren, moet door een emotioneel proces om het verlies te verwerken. De nabestaande wordt daarenboven geconfronteerd met de financiële gevolgen van het verlies. Dit zette de wetgever ertoe aan een overlevingspensioen in te voeren. De regelgeving hieromtrent beantwoordt echter niet langer aan de noden van de hedendaagse samenleving. Weduwen en weduwnaars die wensen bij te verdienen bovenop hun overlevingspensioen, dreigen het pensioenbedrag te verliezen door de beperkingen inzake de toegelaten arbeid. De nabestaande moet er nauwlettend op toezien dat hij of zij niet te veel verdient.
Om te komen tot een werkgelegenheidsgraad van 60 % voor vrouwen in 2010 (zoals in Lissabon werd afgesproken) is het van essentieel belang om alle werkloosheids –en uitkeringsvallen weg te werken. Het overlevingspensioen vormt in veel Europese landen nog altijd één van de belangrijke uitkeringsvallen. Het weerhoudt weduwen en weduwnaars ervan om te participeren op onze arbeidsmarkt wat negatieve gevolgen heeft voor de opbouw van pensioenrechten en de sociale integratie die met een job gepaard gaat. Variant is dat rekening gehouden wordt met kinderlast voor – 65 jarigen.
De indieners zijn ervan overtuigd dat een betere regeling inzake de cumulatie van een overlevingspensioen en een job kan leiden tot een hogere werkgelegenheidsgraad voor vrouwen. Dat heeft volgens hen voordelen voor zowel de betrokken groepen als voor de overheid. Extra inkomsten uit arbeid leiden tot hogere ontvangsten voor de sociale zekerheid en de overheid. Het zorgt ook voor een hogere consumptie wat gunstig is voor de economische groei.
2. Stand van zaken cumul pensioen-arbeidsinkomen
Personen die van een pensioen genieten (een rust- of een overlevingspensioen) mogen slechts onder bepaalde voorwaarden beroepsactiviteiten verrichten en een beroepsinkomen genereren.
Vooreerst geldt er een voorafgaande aangifteplicht van de beroepsactiviteiten bij de respectieve diensten - de Rijksdienst voor pensioenen (RVP) voor werknemers, het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) voor zelfstandigen en de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) voor ambtenaren. De aangifteplicht geldt niet voor personen, ouder dan 65 jaar, die een beroepsactiviteit verrichten en reeds een pensioen ontvangen.
Voorts mag het beroepsinkomen op jaarlijkse basis een bepaald grensbedrag niet overschrijden.
Het maximale inkomen uit arbeid dat een nabestaande mag bijverdienen hangt af van de leeftijd van de betrokkene (jongeren of ouder dan 65 jaar), van de eventuele kinderlast (KL) en van het statuut waarin de betrokkene bijverdient (werknemer of zelfstandige). Recent besloot de huidige regering om de grensbedragen inzake cumulatie van rust – en overlevingspensioenen en inkomens uit arbeid te verhogen. Deze verhogingen waren echter substantiëler voor de mensen die blijven werken na de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar (+25 %), dan voor de personen, jonger dan 65 jaar, die enkel van een overlevingspensioen genieten (+8%).
Dit verschil in procentuele verhoging heeft niet enkel te maken met de hoogte van de respectieve enveloppen maar ook met de vrees om een nieuwe werkloosheidsval te creëren voor mensen met een overlevingspensioen jonger dan 65 jaar. Deze vrees werd ook zo geformuleerd in het regeerakkoord van de regering Leterme I dd. 18 maart 2008: “De regering zal de toegelaten arbeid verder vrijmaken voor de begunstigden van een rustpensioen die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt. Een eerste aanzet werd gegeven met de beslissing van het begrotingsconclaaf om deze grenzen met 25% te verhogen. Ook zullen de cumulatiegrenzen voor het overlevingspensioen worden opgetrokken, al mag dit niet leiden tot een inactiviteitsval. De termijn voor de indiening van de aanvraag voor een overlevingspensioen zal worden verlengd.”
Schematisch kunnen de grensbedragen als volgt worden weergegeven:
• Toegestaan bijkomend inkomen voor personen die van een rust- of een overlevingspensioen genieten:
vóór pensioenleeftijd vanaf pensioenleeftijd
als werknemer (bruto-inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
7.421,57 euro
11.132,37 euro
21.436,50 euro
26.075,00 euro
als zelfstandige (netto-belastbaar inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
5.937,26 euro
8.905,89 euro
17.149,19 euro
20.859,97 euro
• Toegestaan bijkomend inkomen voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die enkel van een overlevingspensioen genieten:
als werknemer (bruto-inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
17.280,00 euro
21.600,00 euro
als zelfstandige (netto-belastbaar inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
13.824,00 euro
17.280,00 euro
Indien een gepensioneerde bijkomende beroepsinkomsten genereert die de hierboven vermelde grensbedragen met meer dan 15 % overschrijden, dan wordt zijn pensioen volledig geschorst voor het betrokken kalenderjaar. Indien het grensbedrag wordt overschreden met minder dan 15 %, dan wordt zijn pensioen evenredig verminderd met het percentage waarmee de toegelaten jaargrens werd overschreden.
3. Een aantal cijfers
Het is niet eenvoudig om cijfergegevens te bekomen m.b.t. cumul pensioen en beroepsinkomen. Dit zijn beperkte cijfers die werden verkregen via een schriftelijke vraag (nr. 4-3039)
Werknemers Overheidssector
Aantal volledige schorsingen 2006: 736
2007: 892 2008: 1.530
Aantal pro rata schorsingen 2006: 1.966
2007: 1.671 2008: 240
Aantal gepensioneerden die cumuleren 2006: 26.259
2007: 29.100
2008: 35.027 2008: 13.542
Aantal schuldbetekenningen 2006: 3.196 (ca 10,5 milj €)
2007: 2.843 (ca 10,2 milj €)
2008: 2.896 (ca 12,9 milj €) 2008: ca 40,7 milj €
4. Wetsvoorstel
Volgens de indieners van het wetsvoorstel is de regeling inzake het rust- en overlevingspensioen niet langer aangepast aan de omstandigheden van de huidige, moderne samenleving. Weduwen/weduwnaars en gepensioneerden die meer wensen bij te verdienen dan 15 % boven de drempel inzake toegelaten arbeid verliezen hun ganse pensioen. De indieners vinden dit een te drastische ingreep in het inkomen van weduwen/weduwnaars en gepensioneerden met de pensioenleeftijd en pleiten daarom voor een veel geleidelijkere afbouw van het rust- en overlevingspensioen. Immers, de kosten voor de langstlevende blijven vaak even hoog.
Het wetsvoorstel wordt opgebouwd langs drie assen.
[1] In eerste instantie wordt ingevoerd dat personen met een pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Zij hebben immers een volledige loopbaan achter de rug en mogen niet gehinderd worden om verder te werken. Er mag niet geraakt worden aan hun verworven pensioen.
[2] De huidige beperking - waarbij bij overschrijding van de grensbedragen met meer dan 15% het volledige pensioen wordt geschorst en bij overschrijding met minder dan 15% het pensioen slechts pro rata wordt geschorst - blijft behouden voor personen die van een rustpensioen genieten, maar nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt. Het kan immers niet de bedoeling zijn om mensen te stimuleren om vervroegd met pensioen en toch te blijven werken.
[3] Ten slotte wordt de bestraffing conform de 15%-regel voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die genieten van een overlevingspensioen opgeheven. De pro rata-schorsing van het pensioen wordt voor deze personen veralgemeend, ook als het grensbedrag met meer dan 15% wordt overschreden. Daar waar het pensioen op heden volledige wordt geschorst eens het grensbedrag bijvoorbeeld met 25% wordt overschreden, pleit dit wetsvoorstel ervoor om het overlevingspensioen in dat geval voor 25% te verminderen. Daartoe wordt het percentage boven de drempel waarboven de uitbetaling van het overlevingspensioen geschorst wordt opgetrokken van 15 naar 100 %. Het is immers niet de bedoeling om de gepensioneerde het deel dat de 100% overschrijdt, te laten betalen.
We benadrukken dat deze maatregel slechts een eerste stap is. Zoals reeds uiteengezet, is een grondig debat nodig om de vergrijzingsproblematiek globaal aan te pakken en een geïntegreerd beleid te kunnen voeren dat het welzijn en de welvaart van de mensen garandeert.
ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR
Artikel 2
In dit artikel wordt de cumulregeling voor werknemers van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen. De cumulregeling waarvan sprake voor werknemers wordt geregeld in artikel 64 van het koninklijk besluit van 21 december 1967. De wijzigingen worden dan ook in dit artikel doorgevoerd.
In eerste instantie wordt bepaald dat personen met de pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Dit wordt ingeschreven in artikel 2, A van dit wetsvoorstel door de invoering van een nieuwe paragraaf. Dit heeft tot gevolg dat de beperkingen die nu bestaan in het KB moeten geschrapt worden. Dit gebeurt in artikel 2, B van het wetsvoorstel.
Vervolgens wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die genieten van een overlevingspensioen. Dit gebeurt in artikel 2, D. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen.
Ten slotte blijft de huidige 15%-regel behouden voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die genieten van een rustpensioen. Dit wordt geregeld in artikel 2, C van het wetsvoorstel.
Artikel 3
In dit artikel wordt de cumulregeling voor zelfstandigen van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen, naar analogie met het vorige artikel. De cumulregeling waarvan sprake voor zelfstandigen wordt geregeld in artikel 107, § 4 van het KB van 22 december 1967 Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
Artikel 4
In dit artikel wordt de cumulregeling voor ambtenaren van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen. De cumulregeling waarvan sprake voor ambtenaren wordt geregeld in de artikelen 4, 6 en 7 van de wet van 5 april 1994 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen. De reglementering voor ambtenaren is anders gestructureerd dan voor werknemers en zelfstandigen. De toelichting bij dit wetsartikel wordt dan ook volledig uiteengezet.
In eerste instantie wordt bepaald dat personen met de pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Dit wordt ingeschreven in artikel 4, A van dit wetsvoorstel door de invoering van een nieuwe paragraaf. Dit heeft tot gevolg dat de beperkingen die nu bestaan in het KB moeten geschrapt worden. Dit gebeurt in artikel 4, B van het wetsvoorstel.
Vervolgens wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen met een pensioenleeftijd die genieten van een overlevingspensioen en een rustpensioen. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen. De opschorting van het pensioen wegens overschrijding van de grensbedragen wordt echter beperkt tot het overlevingspensioen. Aan het rustpensioen wordt dus niet geraakt. De maximum sanctie bestaat dan ook in het feit dat het overlevingspensioen volledig wordt geschorst, maar het rustpensioen blijft volledig behouden. Dat gebeurt in artikel 4, D.
Verder blijft de huidige 15%-regel behouden voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die genieten van een rustpensioen of een rustpensioen en een overlevingspensioen. Dit wordt geregeld in artikel 4, C van het wetsvoorstel.
Ten slotte wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die enkel genieten van een overlevingspensioen. Dit gebeurt in artikel 4, E, F en G. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen.
WETSVOORSTEL
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Artikel 2
In artikel 64 van het Koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ voor § 2, A een nieuwe letter AA toevoegen:
“AA. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ de eerste zin van § 2, A als volgt vervangen:
“De gerechtigde op een overlevingspensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden”
C/ de eerste zin van § 4 als volgt vervangen: “Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, B vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt”.
D/ tussen § 4 en § 5 een nieuwe paragraaf § 4bis toevoegen:
“§ 4bis. Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, A en C vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 2, C beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
Artikel 3
In artikel 107 van het Koninklijk besluit van 22 december 1967 Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ voor § 2, A een nieuwe letter AA toevoegen:
“AA. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ de eerste zin van § 2, A als volgt vervangen:
“De gerechtigde op een overlevingspensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden”
C/ de eerste zin van § 4 als volgt vervangen: “Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, B vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt”.
D/ tussen § 4 en § 5 een nieuwe paragraaf § 4bis toevoegen:
“§ 4bis. Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, A en C vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 2, A en C beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
Artikel 4
In de wet van 5 april 1994 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ in artikel 4 voor de eerste paragraaf een nieuwe paragraaf 0 toevoegen:
“§ 0. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ in artikel 4 de eerste zin van paragraaf 1 als volgt vervangen:
“Voor de kalenderjaren die volgen op dat waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, mag de persoon die een overlevingspensioen met een rustpensioen cumuleert”
C/ in artikel 4 paragraaf 7 de woorden “§ 1 of” in het eerste en het tweede lid schrappen
D/ in artikel 4 een nieuwe paragraaf 7bis toevoegen:
“§ 7bis. Indien, voor een bepaald kalenderjaar, de in § 1 bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het overlevingspensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
E/ in artikel 6 paragraaf 1 de woorden “bepaald bij artikel 4, §§ 1 en 7” vervangen door de woorden “bepaald bij artikel 4, §§ 1 en 7bis”
F/ in artikel 7 paragraaf 3 de eerste twee leden als volgt vervangen:
“Indien, voor een bepaald kalenderjaar, de in § 1 bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het pensioen voor datzelfde jaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
G/ in artikel 7 paragraaf 4 de eerste twee leden als volgt vervangen:
“Indien, voor de in § 2 bedoelde periode, de in deze bepaling bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het pensioen voor dezelfde periode geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.
Els Schelfhout
Pol Van Den Driessche
Terug naar het overzicht
Wetsvoorstel tot wijziging van de bestraffing van de overschrijding van de toegestane cumul van het overlevings- en rustpensioen met een beroepsinkomen
(01-07-2009)
ingediend door Els Schelfhout cs.
TOELICHTING
1. Algemene context
België is een welvaartsstaat en tracht onder meer via het socialezekerheidsstelsel het welzijn en de welvaart van de mensen te garanderen. Aangezien onze sociale zekerheid slechts standhoudt door zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden, is het essentieel dat de werkgelegenheid wordt gevrijwaard. Om dit te bereiken worden vele maatregelen genomen. Er zal echter ook een mentaliteitsverandering moeten plaatsvinden, onder meer naar ouderen toe. Het is niet nieuw dat mensen langer aan het werk zullen moeten blijven om het socialezekerheidsstelsel te kunnen financieren en meer in het bijzonder het wettelijk pensioenstelsel.
Dit wetsvoorstel spitst zich toe op weduwen/weduwnaars en oudere personen met de pensioenleeftijd die reeds van een pensioen genieten en die beroepsactiviteiten willen blijven verrichten. Momenteel mogen zij slechts beperkt bijverdienen (er wordt hier verder op ingegaan). Veel gepensioneerden balanceren op de armoedegrens en hebben het dus vaak financieel nodig om bij te klussen. Anderen voelen zich goed bij het werk dat ze verrichten en willen dat graag verder blijven doen. Het geeft hen gelegenheid tot het behouden van sociale contacten, ze voelen zich nodig en gewaardeerd om het werk dat ze verrichten.
De indieners van dit wetsvoorstel menen dat de cumulbeperking moet worden afgebouwd. Ze zetten hiertoe in dit wetsvoorstel een eerste stap die betrekking heeft op de bestraffing van het niet-respecteren van de cumulbeperking.
Dit initiatief is illustratief voor het belang dat wordt gehecht aan werkgelegenheid en draagt bij tot de mentaliteitsverandering inzake de tewerkstelling van oudere personen. Voorts betalen deze personen, die een rust- of overlevingspensioen genieten, bijdragen op hun bijkomend inkomen. Door beroepsactiviteiten te verrichten, blijven ze sociaal betrokken en deel uitmaken van de actieve maatschappij. Dat deze personen actief blijven op de arbeidsmarkt kan dan ook alleen maar worden toegejuicht.
a. Rustpensioen
De problematiek van de vergrijzing is gekend. De babyboom die zich voordeed na de Tweede Wereldoorlog en de stijgende levensverwachting zorgen ervoor dat het aandeel van senioren in de bevolkingssamenstelling stijgt. Dat zorgt in de huidige context voor een probleem vermits ons wettelijk pensioenstelsel wordt betaald door de actieve bevolking die relatief afneemt in verhouding tot de ouderen. Er zal een grondig debat moeten gevoerd worden om deze prangende problematiek in de maatschappij grondig aan te pakken. Vele mensen – zowel diegenen die reeds gepensioneerd zijn, als diegenen voor wie het pensioen in zicht komt – maken zich immers zorgen over hun pensioen.
Door het bestraffingsmechanisme te wijzigen in geval van de overschrijding van het grensbedrag, wordt het signaal gegeven dat een bijkomend inkomen verwerven niet wordt bestraft. Deze stap draagt bij tot de mentaliteitswijziging die kan leiden tot stijging van de tewerkstellingsgraad van ouderen. Er werd al gewezen op de sociale voordelen die voortzetting van de beroepsactiviteiten met zich meebrengt. Dat is geen onbelangrijk gegeven in deze maatschappij waar een toenemende vereenzaming van ouderen een feit is.
De indieners zijn ervan overtuigd dat een betere regeling inzake de cumul van een rustpensioen voor personen met de pensioenleeftijd met een bijkomend inkomen kan leiden tot een hogere werkgelegenheidsgraad van ouderen. Dat heeft volgens hen voordelen voor zowel de betrokken groepen als voor de overheid. Extra inkomsten uit arbeid leiden tot hogere ontvangsten voor de sociale zekerheid en overheid. Het maakt een hogere consumptie mogelijk, wat gunstig is voor de economische groei.
b. Overlevingspensioen
Wie net zijn echtgenoot/echtgenote heeft verloren, moet door een emotioneel proces om het verlies te verwerken. De nabestaande wordt daarenboven geconfronteerd met de financiële gevolgen van het verlies. Dit zette de wetgever ertoe aan een overlevingspensioen in te voeren. De regelgeving hieromtrent beantwoordt echter niet langer aan de noden van de hedendaagse samenleving. Weduwen en weduwnaars die wensen bij te verdienen bovenop hun overlevingspensioen, dreigen het pensioenbedrag te verliezen door de beperkingen inzake de toegelaten arbeid. De nabestaande moet er nauwlettend op toezien dat hij of zij niet te veel verdient.
Om te komen tot een werkgelegenheidsgraad van 60 % voor vrouwen in 2010 (zoals in Lissabon werd afgesproken) is het van essentieel belang om alle werkloosheids –en uitkeringsvallen weg te werken. Het overlevingspensioen vormt in veel Europese landen nog altijd één van de belangrijke uitkeringsvallen. Het weerhoudt weduwen en weduwnaars ervan om te participeren op onze arbeidsmarkt wat negatieve gevolgen heeft voor de opbouw van pensioenrechten en de sociale integratie die met een job gepaard gaat. Variant is dat rekening gehouden wordt met kinderlast voor – 65 jarigen.
De indieners zijn ervan overtuigd dat een betere regeling inzake de cumulatie van een overlevingspensioen en een job kan leiden tot een hogere werkgelegenheidsgraad voor vrouwen. Dat heeft volgens hen voordelen voor zowel de betrokken groepen als voor de overheid. Extra inkomsten uit arbeid leiden tot hogere ontvangsten voor de sociale zekerheid en de overheid. Het zorgt ook voor een hogere consumptie wat gunstig is voor de economische groei.
2. Stand van zaken cumul pensioen-arbeidsinkomen
Personen die van een pensioen genieten (een rust- of een overlevingspensioen) mogen slechts onder bepaalde voorwaarden beroepsactiviteiten verrichten en een beroepsinkomen genereren.
Vooreerst geldt er een voorafgaande aangifteplicht van de beroepsactiviteiten bij de respectieve diensten - de Rijksdienst voor pensioenen (RVP) voor werknemers, het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) voor zelfstandigen en de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) voor ambtenaren. De aangifteplicht geldt niet voor personen, ouder dan 65 jaar, die een beroepsactiviteit verrichten en reeds een pensioen ontvangen.
Voorts mag het beroepsinkomen op jaarlijkse basis een bepaald grensbedrag niet overschrijden.
Het maximale inkomen uit arbeid dat een nabestaande mag bijverdienen hangt af van de leeftijd van de betrokkene (jongeren of ouder dan 65 jaar), van de eventuele kinderlast (KL) en van het statuut waarin de betrokkene bijverdient (werknemer of zelfstandige). Recent besloot de huidige regering om de grensbedragen inzake cumulatie van rust – en overlevingspensioenen en inkomens uit arbeid te verhogen. Deze verhogingen waren echter substantiëler voor de mensen die blijven werken na de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar (+25 %), dan voor de personen, jonger dan 65 jaar, die enkel van een overlevingspensioen genieten (+8%).
Dit verschil in procentuele verhoging heeft niet enkel te maken met de hoogte van de respectieve enveloppen maar ook met de vrees om een nieuwe werkloosheidsval te creëren voor mensen met een overlevingspensioen jonger dan 65 jaar. Deze vrees werd ook zo geformuleerd in het regeerakkoord van de regering Leterme I dd. 18 maart 2008: “De regering zal de toegelaten arbeid verder vrijmaken voor de begunstigden van een rustpensioen die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt. Een eerste aanzet werd gegeven met de beslissing van het begrotingsconclaaf om deze grenzen met 25% te verhogen. Ook zullen de cumulatiegrenzen voor het overlevingspensioen worden opgetrokken, al mag dit niet leiden tot een inactiviteitsval. De termijn voor de indiening van de aanvraag voor een overlevingspensioen zal worden verlengd.”
Schematisch kunnen de grensbedragen als volgt worden weergegeven:
• Toegestaan bijkomend inkomen voor personen die van een rust- of een overlevingspensioen genieten:
vóór pensioenleeftijd vanaf pensioenleeftijd
als werknemer (bruto-inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
7.421,57 euro
11.132,37 euro
21.436,50 euro
26.075,00 euro
als zelfstandige (netto-belastbaar inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
5.937,26 euro
8.905,89 euro
17.149,19 euro
20.859,97 euro
• Toegestaan bijkomend inkomen voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die enkel van een overlevingspensioen genieten:
als werknemer (bruto-inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
17.280,00 euro
21.600,00 euro
als zelfstandige (netto-belastbaar inkomen)
zonder kinderlast
met kinderlast
13.824,00 euro
17.280,00 euro
Indien een gepensioneerde bijkomende beroepsinkomsten genereert die de hierboven vermelde grensbedragen met meer dan 15 % overschrijden, dan wordt zijn pensioen volledig geschorst voor het betrokken kalenderjaar. Indien het grensbedrag wordt overschreden met minder dan 15 %, dan wordt zijn pensioen evenredig verminderd met het percentage waarmee de toegelaten jaargrens werd overschreden.
3. Een aantal cijfers
Het is niet eenvoudig om cijfergegevens te bekomen m.b.t. cumul pensioen en beroepsinkomen. Dit zijn beperkte cijfers die werden verkregen via een schriftelijke vraag (nr. 4-3039)
Werknemers Overheidssector
Aantal volledige schorsingen 2006: 736
2007: 892 2008: 1.530
Aantal pro rata schorsingen 2006: 1.966
2007: 1.671 2008: 240
Aantal gepensioneerden die cumuleren 2006: 26.259
2007: 29.100
2008: 35.027 2008: 13.542
Aantal schuldbetekenningen 2006: 3.196 (ca 10,5 milj €)
2007: 2.843 (ca 10,2 milj €)
2008: 2.896 (ca 12,9 milj €) 2008: ca 40,7 milj €
4. Wetsvoorstel
Volgens de indieners van het wetsvoorstel is de regeling inzake het rust- en overlevingspensioen niet langer aangepast aan de omstandigheden van de huidige, moderne samenleving. Weduwen/weduwnaars en gepensioneerden die meer wensen bij te verdienen dan 15 % boven de drempel inzake toegelaten arbeid verliezen hun ganse pensioen. De indieners vinden dit een te drastische ingreep in het inkomen van weduwen/weduwnaars en gepensioneerden met de pensioenleeftijd en pleiten daarom voor een veel geleidelijkere afbouw van het rust- en overlevingspensioen. Immers, de kosten voor de langstlevende blijven vaak even hoog.
Het wetsvoorstel wordt opgebouwd langs drie assen.
[1] In eerste instantie wordt ingevoerd dat personen met een pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Zij hebben immers een volledige loopbaan achter de rug en mogen niet gehinderd worden om verder te werken. Er mag niet geraakt worden aan hun verworven pensioen.
[2] De huidige beperking - waarbij bij overschrijding van de grensbedragen met meer dan 15% het volledige pensioen wordt geschorst en bij overschrijding met minder dan 15% het pensioen slechts pro rata wordt geschorst - blijft behouden voor personen die van een rustpensioen genieten, maar nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt. Het kan immers niet de bedoeling zijn om mensen te stimuleren om vervroegd met pensioen en toch te blijven werken.
[3] Ten slotte wordt de bestraffing conform de 15%-regel voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die genieten van een overlevingspensioen opgeheven. De pro rata-schorsing van het pensioen wordt voor deze personen veralgemeend, ook als het grensbedrag met meer dan 15% wordt overschreden. Daar waar het pensioen op heden volledige wordt geschorst eens het grensbedrag bijvoorbeeld met 25% wordt overschreden, pleit dit wetsvoorstel ervoor om het overlevingspensioen in dat geval voor 25% te verminderen. Daartoe wordt het percentage boven de drempel waarboven de uitbetaling van het overlevingspensioen geschorst wordt opgetrokken van 15 naar 100 %. Het is immers niet de bedoeling om de gepensioneerde het deel dat de 100% overschrijdt, te laten betalen.
We benadrukken dat deze maatregel slechts een eerste stap is. Zoals reeds uiteengezet, is een grondig debat nodig om de vergrijzingsproblematiek globaal aan te pakken en een geïntegreerd beleid te kunnen voeren dat het welzijn en de welvaart van de mensen garandeert.
ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR
Artikel 2
In dit artikel wordt de cumulregeling voor werknemers van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen. De cumulregeling waarvan sprake voor werknemers wordt geregeld in artikel 64 van het koninklijk besluit van 21 december 1967. De wijzigingen worden dan ook in dit artikel doorgevoerd.
In eerste instantie wordt bepaald dat personen met de pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Dit wordt ingeschreven in artikel 2, A van dit wetsvoorstel door de invoering van een nieuwe paragraaf. Dit heeft tot gevolg dat de beperkingen die nu bestaan in het KB moeten geschrapt worden. Dit gebeurt in artikel 2, B van het wetsvoorstel.
Vervolgens wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die genieten van een overlevingspensioen. Dit gebeurt in artikel 2, D. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen.
Ten slotte blijft de huidige 15%-regel behouden voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die genieten van een rustpensioen. Dit wordt geregeld in artikel 2, C van het wetsvoorstel.
Artikel 3
In dit artikel wordt de cumulregeling voor zelfstandigen van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen, naar analogie met het vorige artikel. De cumulregeling waarvan sprake voor zelfstandigen wordt geregeld in artikel 107, § 4 van het KB van 22 december 1967 Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
Artikel 4
In dit artikel wordt de cumulregeling voor ambtenaren van een pensioen met een beroepsinkomen geïmplementeerd rond drie assen. De cumulregeling waarvan sprake voor ambtenaren wordt geregeld in de artikelen 4, 6 en 7 van de wet van 5 april 1994 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen. De reglementering voor ambtenaren is anders gestructureerd dan voor werknemers en zelfstandigen. De toelichting bij dit wetsartikel wordt dan ook volledig uiteengezet.
In eerste instantie wordt bepaald dat personen met de pensioenleeftijd die genieten van een rustpensioen onbeperkt mogen bijverdienen. Dit wordt ingeschreven in artikel 4, A van dit wetsvoorstel door de invoering van een nieuwe paragraaf. Dit heeft tot gevolg dat de beperkingen die nu bestaan in het KB moeten geschrapt worden. Dit gebeurt in artikel 4, B van het wetsvoorstel.
Vervolgens wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen met een pensioenleeftijd die genieten van een overlevingspensioen en een rustpensioen. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen. De opschorting van het pensioen wegens overschrijding van de grensbedragen wordt echter beperkt tot het overlevingspensioen. Aan het rustpensioen wordt dus niet geraakt. De maximum sanctie bestaat dan ook in het feit dat het overlevingspensioen volledig wordt geschorst, maar het rustpensioen blijft volledig behouden. Dat gebeurt in artikel 4, D.
Verder blijft de huidige 15%-regel behouden voor personen die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt en die genieten van een rustpensioen of een rustpensioen en een overlevingspensioen. Dit wordt geregeld in artikel 4, C van het wetsvoorstel.
Ten slotte wordt bepaald dat de 15%-regel wordt opgeheven voor personen (al dan niet met een pensioenleeftijd) die enkel genieten van een overlevingspensioen. Dit gebeurt in artikel 4, E, F en G. De pro rata schorsing van het pensioen naar het percentage waarmee het grensbedrag werd overschreden, wordt veralgemeend en niet beperkt tot 15%. Er is dus geen volledige schorsing meer na de overschrijding van het grensbedrag met 15%. De pro rata-sanctionering wordt beperkt tot 100 % aangezien de wijziging uiteraard niet tot gevolg kan hebben dat de gepensioneerde het deel dat de 100 % overschrijdt, zou moeten betalen.
WETSVOORSTEL
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Artikel 2
In artikel 64 van het Koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ voor § 2, A een nieuwe letter AA toevoegen:
“AA. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ de eerste zin van § 2, A als volgt vervangen:
“De gerechtigde op een overlevingspensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden”
C/ de eerste zin van § 4 als volgt vervangen: “Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, B vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt”.
D/ tussen § 4 en § 5 een nieuwe paragraaf § 4bis toevoegen:
“§ 4bis. Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, A en C vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 2, C beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
Artikel 3
In artikel 107 van het Koninklijk besluit van 22 december 1967 Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ voor § 2, A een nieuwe letter AA toevoegen:
“AA. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ de eerste zin van § 2, A als volgt vervangen:
“De gerechtigde op een overlevingspensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag, mits voorafgaande verklaring en onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden”
C/ de eerste zin van § 4 als volgt vervangen: “Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, B vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt”.
D/ tussen § 4 en § 5 een nieuwe paragraaf § 4bis toevoegen:
“§ 4bis. Indien het beroepsinkomen, naargelang van het geval, de in § 2, A en C vastgestelde bedragen, eventueel verhoogd overeenkomstig § 3, overschrijdt wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 2, A en C beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
Artikel 4
In de wet van 5 april 1994 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A/ in artikel 4 voor de eerste paragraaf een nieuwe paragraaf 0 toevoegen:
“§ 0. De gerechtigde op een rustpensioen die, naar gelang het geval, één van de in de artikelen 3 en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of in artikel 92 bedoelde leeftijden heeft bereikt, mag onbeperkt een beroepsbezigheid uitoefenen.”
B/ in artikel 4 de eerste zin van paragraaf 1 als volgt vervangen:
“Voor de kalenderjaren die volgen op dat waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, mag de persoon die een overlevingspensioen met een rustpensioen cumuleert”
C/ in artikel 4 paragraaf 7 de woorden “§ 1 of” in het eerste en het tweede lid schrappen
D/ in artikel 4 een nieuwe paragraaf 7bis toevoegen:
“§ 7bis. Indien, voor een bepaald kalenderjaar, de in § 1 bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het overlevingspensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
E/ in artikel 6 paragraaf 1 de woorden “bepaald bij artikel 4, §§ 1 en 7” vervangen door de woorden “bepaald bij artikel 4, §§ 1 en 7bis”
F/ in artikel 7 paragraaf 3 de eerste twee leden als volgt vervangen:
“Indien, voor een bepaald kalenderjaar, de in § 1 bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het pensioen voor datzelfde jaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.”
G/ in artikel 7 paragraaf 4 de eerste twee leden als volgt vervangen:
“Indien, voor de in § 2 bedoelde periode, de in deze bepaling bedoelde inkomsten de in deze bepaling vastgestelde grensbedragen overschrijden, wordt de betaling van het pensioen voor dezelfde periode geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan het percentage waarmee de in § 1 beoogde bedragen worden overschreden, dit beperkt tot 100%.
Els Schelfhout
Pol Van Den Driessche
Terug naar het overzicht

