Wouter Beke
Dirk Claes
Sabine De Bethune
Jan Durnez
Cindy Franssen
Rik Torfs
Peter Van Rompuy
Plenair debat
Koninklijke dotaties

Pol Van Den Driessche

Naar een monarchie nieuwe stijl. Tussenkomst in debat stemming aanbevelingen Koninklijke Dotaties
(09-07-2009)

Ik zal niet herhalen wat de rapporteurs al uitvoering hebben toegelicht.

Ik ben bijzonder verheugd dat wij over dit onderwerp dat me de voorbije maanden bijzonder heeft beziggehouden, kunnen praten. Dat was aanvankelijk niet evident. Overigens ben ik de vorige eerste minister dankbaar omdat hij met het antwoord op een vraag die ik had gesteld over een van de prinsen, mee de aanzet heeft gegeven tot de oprichting van de werkgroep.

Ik vind het een evidentie dat we moeten kunnen spreken over wat het volk geeft aan zijn staatshoofd en diens familie. Dat is een principe dat in de 13e eeuw al in de Magna Charta stond. Ik ben blij dat we een akkoord hebben bereikt en ik ben het eens met de aanbevelingen, al wou ik zelf op sommige punten nog verder gaan. Ik begrijp echter dat een politiek compromis met een aantal afspraken het hoogst haalbare was.

Ik ben bijzonder tevreden met sommige bepalingen. Zo zal de vermoedelijke troonopvolger zijn taken moeten uitoefenen in overleg met de regering. Zo is de toekenning van een dotatie niet verenigbaar met een betaalde functie en er is transparantie bereikt over de besteding van de dotatie, vermits nu wordt voorzien in een controle door het Rekenhof en een jaarlijks verslag over de activiteiten. Ik noem dat een eerste stap naar een monarchie nieuwe stijl, maar weet ook dat we binnen afzienbare tijd een volgende stap zullen moeten richting transparantie van de civiele lijst. De professoren die we gehoord hebben, hebben ons meegedeeld dat in Nederland in de rijksmiddelenbegroting voor de monarchie een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds personen en werkingskosten en anderzijds het persoonlijke inkomen.

Ik vind dat we ook naar zo een systeem moeten gaan, net zoals we ook op een bepaald ogenblik een transparantie over de koninklijke schenking zullen moeten betrachten.

Ik ben ook voorstander van een regeling die voor de vermoedelijke troonopvolger in een statuut voorziet, al dan niet in de Grondwet verankerd.

Ik ben blij dat al mijn wijzere en oudere collega’s zich constructief hebben opgesteld. Ik ben ook blij over de wijze waarop de voorzitter de werkgroep heeft geleid. Weinigen hadden gedacht dat royalisten en republikeinen in dit land het nog eens zouden geraken over een toch wel heikel punt. Soms is er in dit moeilijke land dus toch nog vooruitgang mogelijk als de wil bestaat om een akkoord te sluiten en naar elkaar te luisteren.

Ik reken erop dat de regering onze aanbevelingen in wetten omzet en dat dit leidt tot een monarchie nieuwe stijl.


Terug naar het overzicht van dit plenair debat
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!
Uw e-mailadres: