Karin Brouwers
Sabine de Bethune
Cindy Franssen
Brigitte Grouwels
Joris Poschet
Steven Vanackere
Peter Van Rompuy
Johan Verstreken
Persbericht
Tussenkomst van Cindy Franssen bij haar voorstel van resolutie tot optimalisatie van de wetgevingstechniek
(10-02-2017)

1. Het belang van goede wetgeving en de rol van wetgevingstechniek daarbij

“Om te bereiken dat de Gemeenschapswetgeving beter wordt begrepen en juist wordt toegepast, is de kwaliteit van wetteksten van het allergrootste belang. Als men immers wil dat burgers en bedrijven hun rechten en plichten kennen en dat de rechter erop toeziet dat deze worden nagekomen,….moeten deze op een begrijpelijke en samenhangende wijze zijn geformuleerd, met inachtneming van eenvormige beginselen inzake presentatie en wetgevingstechniek”.

Dit is het voorwoord bij de Gemeenschappelijke praktische handleiding die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hebben opgesteld “ten behoeve van eenieder die binnen de Gemeenschapsinstellingen bij de opstelling van wetteksten is betrokken”.
Op Europees niveau wordt het belang van wetgevingstechniek voor de toegankelijkheid en duidelijkheid van wetgeving en de rechtszekerheid dus volop erkend en worden de nodige maatregelen genomen.

Niet alleen op het niveau van de Europese Unie, maar ook in de ons omringende landen werden daarom richtlijnen voor de wetgevingstechniek ontwikkeld. Ook op Belgisch niveau, door de Vlaamse overheid en door het Waalse Gewest zijn concrete initiatieven genomen.

Het ontwikkelen van standaarden voor de wetgevingstechniek zijn vooral gericht op het voorkomen van veelgemaakte fouten en het voorkomen van formuleringen waarvan bekend is dat zij tot problemen in de praktijk kunnen leiden. Voor de toegankelijkheid van de wetgeving, is een vaste manier van formuleren en van structureren van de teksten van groot belang.

Wetgevingstechniek heeft dus betrekking op het formuleren en redigeren van wetteksten en is aldus beleidsneutraal. Wetgevingstechniek ziet immers toe op de vorm van wetgeving en niet op de inhoud ervan.


2. De doelstelling van ons voorstel van resolutie

Volledig in overeenstemming met wat ook op Europees vlak en in onze buurlanden uitdrukkelijk naar voren wordt geschoven, willen wij met ons voorstel zo goed mogelijke wetgeving tot stand brengen in het belang van de rechtszekerheid maar ook in het belang van het vertrouwen van de burgers in onze instellingen.

Ons voorstel is een technisch voorstel : het gaat over wetgevingstechniek, het verbeteren van de legistieke vormgeving en niet over inhoudelijke beleidsaspecten. Het is dus duidelijk te onderscheiden van wetsevaluatie. Bij wetsevaluatie gaat het immers om bestaande wetgeving/regelgeving waarvan men de doeltreffendheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid aan een onderzoek onderwerpt.

De zorg voor wetgevingstechniek is inzonderheid van groot belang bij de uitvoering van een staatshervorming, met name wanneer de deelstaten aan de slag gaan met de nieuwe bevoegdheden die ze verworven hebben en federale wetgeving wijzigen, opheffen of integraal vervangen. Er dient trouwens opgemerkt te worden dat door de zesde staatshervorming de gewesten en gemeenschappen aanzienlijke nieuwe regelgevende bevoegdheden hebben verworden.

Onze belangstelling voor deze problematiek dateert evenwel reeds van lang vóór de zesde staatshervorming.

Tijdens de vorige legislatuur heb ik in de Senaat een voorstel van resolutie ingediend ivm deze aangelegenheid.

Concrete aanleiding was het Vlaams decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid dat in verscheidene artikelen van het Gerechtelijk Wetboek enkele bepalingen toevoegde aan de opsomming van bevoegdheden van de rechtsinstanties wat betreft de handhaving van het decreet. Tussen het ogenblik van het opstellen van het voorontwerp van decreet en het aannemen van het ontwerp van decreet door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement, werden er op federaal niveau wetgevende initiatieven genomen die eveneens aan de betrokken artikelen van het Gerechtelijk Wetboek bepalingen toevoegden. Het gevolg daarvan was dat de betreffende artikelen van het Gerechtelijk Wetboek verschillende bepalingen bevatten onder een zelfde volgnummer in de opsomming van bevoegdheden. In het Jaarverslag 2009 van het Hof van Cassatie werd gewezen op de verwarring en de problemen die aldus waren ontstaan. De Procureur-generaal bij het Hof van Cassatie stelde dat de toestand moest gecorrigeerd worden en dat men in de toekomst tot een regeling moest komen om dergelijke verwarring te vermijden.
In één klap zorgde dat decreet van 2008 voor vier dubbeltellingen, artikelen in het Gerechtelijk Wetboek die dubbel werden gebruikt. In de rechtsleer sprak men van een “werfongeval van jewelste”.

Het Vlaams Parlement heeft de orde hersteld : door een decreet van 2011 werden de bepalingen hernummerd en de dubbele verwijzingen werden weggewerkt.
De indieners van dit “hersteldecreet” – Vlaamse volksvertegenwoordigers van CD&V, N-VA en SP.a – stelden in de toelichting uitdrukkelijk “dat ze beseffen dat dit een eenmalige oplossing is en dat de toekomst een oplossing vergt die dergelijke legistieke problemen kan voorkomen”.

Tot op de dag van vandaag komen dubbele artikelnummers voor, zoals blijkt uit een recent artikel in het Tijdschrift voor Wetgeving waar verwezen wordt naar artikel 588 – met tweemaal een 15° - in het Gerechtelijk Wetboek betreffende de bevoegdheden van de rechtbank van koophandel, maar ook het Vlaams Energiedecreet van 2009 bevat een dubbele bepaling, artikel 1.1.3 omvat tweemaal een 113/1/1°.

Zoals de auteur van dit artikel het stelt: er kan daardoor verwarring ontstaan, rechtsonzekerheid zelfs.

Ons voorstel heeft de bedoeling om “wetgevingstechnische ongevalletjes” zoals hierboven, te voorkomen.

Wij willen dat bereiken door experten vanuit alle overheden en betrokken instanties samen te brengen, samen met wetenschappelijke experten/academici om een aantal algemene aanbevelingen te formuleren om de redactionele kwaliteit van de regelgeving te verbeteren inzonderheid in het kader van de uitvoering van de staatshervorming. Er wordt dus geen nieuwe structuur opgericht maar wel een technische werkgroep ad hoc omdat op die manier alle aanwezig expertise kan bijeengebracht worden.


3. Goede wetgevingstechniek is de zorg en en verantwoordelijkheid van vele actoren en de de Senaat kan hierbij een faciliterende rol spelen voor overleg tussen die actoren
Iedere overheid moet uiteraard vanuit de eigen bevoegdheden zorg dragen voor wetgevingskwaliteit. Belangrijke partner daarbij is de Raad van State, meer bepaald via de adviserende bevoegdheid van de afdeling Wetgeving.

Wij hebben bij de bespreking van mijn voorstel van resolutie een uiterst interessante hoorzitting gehad met o.a. de eerste voorzitter van de Raad van State.
Tijdens die hoorzitting is naar voren gekomen wat ook in de rechtsleer en wetenschappelijke literatuur als pijnpunt naar voren komt : de Raad van State – afdeling Wetgeving – heeft te maken met een zeer sterke toename van het aantal adviesaanvragen. De adviezen zijn zich daarom noodgedwongen meer en meer moeten gaan toespitsen op de fundamentele juridische knelpunten. Redactionele en legistieke opmerkingen komen dan ook steeds minder voor in de adviezen.

Dat maakt dat er een grotere verantwoordelijkheid komt te liggen bij de overheden zelf om de wetgevingskwaliteit te bewaken. Dit is een bij uitstek transversale aangelegenheid: het is de verantwoordelijkheid voor alle normgevers en daar kunnen ook best afspraken over gemaakt worden.

Wij menen dat de Senaat hierin ook een verantwoordelijkheid en een rol te spelen heeft. Wij verwijzen daarvoor naar de hoorzittingen over ons voorstel en waarbij door de heer Van Nieuwenhove gesteld werd dat “ er een blinde vlek is op de kaart van de wetgevingskwaliteit met betrekking tot problemen die de bevoegdheidssfeer van een enkele overheid te buiten gaan” en hij stelde uitdrukkelijk dat de Senaat daaromtrent “allerlei zaken kan faciliteren”.

De overgrote meerderheid in de Commissie heeft deze redenering gevolgd en heeft deze handschoen opgenomen. Ons voorstel werd dan ook met een ruime meerderheid goedgekeurd. Wij hopen dat dit ook in de plenaire vergadering het geval zal zijn.


Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!