Karin Brouwers
Sabine de Bethune
Cindy Franssen
Brigitte Grouwels
Joris Poschet
Steven Vanackere
Peter Van Rompuy
Johan Verstreken
Persbericht
Waarom de Senaat wel nut heeft
(09-06-2015)

Reactie van fractievoorzitter Steven Vanackere op: 'Nog een keer is de Senaat volop bezig zijn nutteloosheid te bewijzen'. (Hendrik Vuye en Veerle Wouters op Knack.be)

Wie vandaag de verdediging van de Belgische Senaat opneemt, mag zich aan meewarige blikken verwachten. Was de Senaat niet dat ding dat men vergat af te schaffen? Het pamflet van N-VA-kamerleden Vuye en Wouters, dat vorige week in Knack verscheen, kan nog eens tellen als illustratie van deze gedachte, die zeker plausibel is voor wie geen tijd of zin heeft om even na te denken.

De zesde staatshervorming maakte van de Senaat een deelstatenkamer. Dat betekent dat de Senaat vooral twee opdrachten tot een goed einde moet brengen: de inspraak van de deelstaten bevorderen in de organisatie van het federale België en fungeren als structurele ontmoetingsplaats van deelstaten en hun volksvertegenwoordigers. De opmerking van Vuye en Wouters dat de Nederlandstalige leden van de Kamer toch ook met hun Franstalige collega’s kunnen overleggen is verwonderlijk voor Vlaamsnationalisten. Willen zij de klok terugdraaien, zodat de Kamerleden zich terug gaan inlaten met materies die aan de Gewesten en Gemeenschappen zijn toevertrouwd? Neen, je betrekt best de vertegenwoordiging van de deelstaten zelf, bij overleg over de omzetting van Europese richtlijnen in milieu-aangelegenheden, over diploma’s in het hoger onderwijs, over betere afstemming van het aanbod van de regionale vervoersmaatschappijen, en over de vele andere plaatsen waar de seismische platen van de Belgische bevoegdheidsverdeling tegen elkaar aanschuren. 60 senatoren hebben daartoe een eed afgelegd. Dat geldt zowel de 50 verkozenen (die zelf al zetelen in een deelstaatparlement) als de 10 gecoöpteerden.

De behartiging van de belangen van de deelstaten staat dus centraal, samen met het zoeken van gemeenschappelijke grond bij het uitoefenen van de bevoegdheden, dat alles in het belang van burgers en bedrijven van dit land. Die zijn immers niet gediend met kibbelende overheden. Parlementsleden nemen sinds jaar en dag deel aan internationale overlegorganen zoals de Raad van Europa, de IPU, het Comité van de Regio’s, … Er wordt daar vooral aan informatie-uitwisseling en overleg gedaan. Waarom wordt hetzelfde belachelijk gemaakt, als het in de Belgische context gebeurt tussen Vlamingen en Walen, Brusselaars en Duitstaligen?

N-VA houdt niet van de Senaat. Ze heeft er een zelfverklaarde hekel aan. Het is een plek waar men oog in oog staat met de collega’s van de andere overheden. Het veronderstelt een bepaalde loyaliteit om het te doen functioneren, en de sabotage ervan is een koud kunstje: wie niet graag overlegt met het oog op het vinden van goede compromissen, kan volstaan met een onverzettelijke houding om vervolgens vast te stellen dat het toch niet werkt.

De Senaat kreeg bij de zesde staatshervorming een duidelijk afgebakende taak. Er is geen reden om de grenzen van die opdracht te overschrijden. De Senaat mag geen verdoken instrument voor herfederalisering zijn. Willen senatoren politiek relevant werk leveren, dan zal dat trouwens niet gebeuren door anderen in de weg te lopen. Maar er is evenmin reden om minder te doen dat wat de grondwettelijke opdracht van de Senaat is. In ons federaal land is er wel degelijk ruimte voor een deelstatenkamer. Zij is geen studiedienst. De 61 aanbevelingen die eind mei werden goedgekeurd om komaf te maken met de spijtige situatie dat er tegen ons land meer inbreukprocedures lopen dan het Europees gemiddelde (lees op http://www.senaat.be/actueel/homepage/Informatieverslagen/6-131-2.pdf) zijn door en door politiek. Deze aanbevelingen richten zich eerst en vooral tot de politici zelf, ook aan zij die eraan meewerkten. De formule van de informatieverslagen bestaat in het Europees Parlement en in verschillende andere Europese landen. Wie in ons land op voorhand aankondigt dat niemand zulke verslagen zal lezen, heeft misschien nog een andere agenda.

Daarom moet deze discussie met de N-VA desgevallend beslecht worden met een verwijzing naar hun engagement om legalistisch te zijn en de zesde staatshervorming loyaal uit te voeren. Het aanhoudend mollenwerk tegen de nieuw opgerichte deelstatenkamer getuigt daar in elk geval niet van.

Steven Vanackere


Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!