Het Grondwettelijk Hof zoekt m/v met talent. Vrije tribune Sabine de Bethune in De Morgen
(04-03-2010)

SABINE DE BETHUNE, FRACTIEVOORZITSTER VAN CD&V IN DE SENAAT, HOUDT VANDAAG IN CAPITOL HILL IN WASHINGTON EEN LEZING OVER VROUWENRECHTEN IN BELGIË VOOR DE LEDEN VAN HET HUIS VAN AFGEVAARDIGDEN EN DE SENAAT. AAN DE VOORAVOND VAN DE INTERNATIONALE VROUWENDAG ROEPT ZE HAAR BELGISCHE COLLEGA'S IN DE KAMER OP OM EEN VROUW VOOR TE DRAGEN ALS RECHTER IN HET GRONDWETTELIJK HOF. IN DAT RECHTSCOLLEGE ZETELEN NU ELF MANNEN EN ÉÉN VROUW.
Volgende week maandag, 8 maart, viert de internationale gemeenschap de 100ste internationale vrouwendag. Enkele weken later, op 29 maart, wordt een Franstalige rechter bij het Grondwettelijk Hof op rust gesteld. Het één heeft ogenschijnlijk niets met het ander te maken. En toch.
Er moet een nieuwe rechter door de Koning worden benoemd op beslissing van de regering. Volgens de geldende wetgeving gebeurt dat op basis van een lijst van twee kandidaten die beurtelings door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat worden voorgedragen met 2/3-meerderheid. Deze keer is het aan de Kamer.
Bij de vorige vacature, in 2007, werden twee vrouwen voorgedragen door de Senaat. Trees Merckx (CD&V) werd benoemd en werd zo de enige vrouw in het twaalf leden tellende hoogste rechtscollege. Zo kwam er opnieuw een vrouw in het Grondwettelijk Hof, jaren na Irene Petry (tot 1992, PS) en Jeanine Delruelle (tot 2001, MR).
Eén vrouw en elf mannen
Straf toch. Het rechtscollege dat moet waken over de naleving van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, verankerd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, is zo goed als uitsluitend uit mannelijke rechters samengesteld. En merkwaardig. De wetgeving die deze benoemingen regelt, eist een taalevenwicht van 6 Franstalige en 6 Nederlandstalige rechters. Eveneens is een evenwicht van 6 vooraanstaande juristen en 6 politici (om een ‘gouvernement des juges’ te vermijden) vereist. Maar over een man-vrouwevenwicht blijft de wet algemeen door te stellen “Het Hof is samengesteld uit rechters van verschillend geslacht” (art. 34. § 5. Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof).
België staat daarmee ver af van wat in de meeste landen evident is voor hun grondwettelijk hof. Volgens recente cijfers benaderen Luxemburg ( 4 vrouwen op 9 rechters) en Zweden (8 op 18) de pariteit. Maar liefst 23 Europese landen doen het beter dan België.
Ook het Internationaal Strafhof dat zich uitspreekt over de meest ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten, heeft in zijn Statuut waarborgen voor een evenwichtige samenstelling ingebouwd.
En neen, dit is geen fait divers. Een rechtscollege dat uitspraak doet over de grondwettigheid van wetgevende normen en toeziet of de wetgever de mensenrechten respecteert, moet in zijn samenstelling blijk geven van diversiteit en een evenwichtige vertegenwoordiging M/V. Dit bevordert het vertrouwen in de rechterlijke macht. Een wezenlijke factor van een democratische rechtsstaat. Ik diende dan ook een wetsvoorstel in om de evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de hogere rechtscolleges te waarborgen.
Papieren werkelijkheid
België beschikt over een uitgebreid juridisch kader ter bescherming en promotie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Al te vaak blijkt dit een papieren werkelijkheid. Zo schiet het individuele klachtenmechanisme tekort. Mensen die zich gediscrimineerd voelen, vinden moeilijk de weg om hun grondwettelijk gewaarborgde rechten op te eisen. Ook wordt de modelwetgeving die aandacht voor gender in de begroting en alle beleidsdomeinen verplicht maakt, nog steeds niet toegepast. Internationale indexen van de VN en het Wereld Economisch Forum tonen aan dat er een standstill is in ons land inzake gelijke kansen. We maken geen deel meer uit van de kopgroep.
Knelpunten in België zijn vooral de grote loonkloof tussen vrouwen en mannen, de ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, de moeilijke combinatie arbeid-gezin, het lage aantal vrouwen in topfuncties in alle sectoren (bedrijven, universiteiten, vakbonden, overheidsadministraties, justitie, ...), het partner- en intrafamiliaal geweld, het gebrek aan aandacht voor gender binnen ontwikkelingssamenwerking….
Deze week heeft er voor de vrouwenrechten een uitzonderlijk momentum plaats op het internationale toneel. Honderden beleidsmensen en vrouwenorganisaties maken in New York tijdens de 54ste VN-Commissie Status van de Vrouw een stand van zaken op 15 jaar na de 4de Wereldvrouwenconferentie (Peking 1995). Tegelijkertijd is er een plechtige viering voor de herdenking van 30 jaar VN-vrouwenrechtenverdrag.
Daarom roep ik de collega’s van de Kamer op om, net zoals de Senaat drie jaar geleden, een vrouw voor te dragen als rechter in het Grondwettelijk Hof. Het zou van politieke daadkracht getuigen en zoveel meer betekenen dan de zoveelste resolutie bulkend van de goede voornemens.
Nu kan het parlement het verschil maken. In een zeer concreet dossier.
Sabine de Bethune
De Morgen, 4 maart 2010
Terug naar het overzicht
(04-03-2010)
SABINE DE BETHUNE, FRACTIEVOORZITSTER VAN CD&V IN DE SENAAT, HOUDT VANDAAG IN CAPITOL HILL IN WASHINGTON EEN LEZING OVER VROUWENRECHTEN IN BELGIË VOOR DE LEDEN VAN HET HUIS VAN AFGEVAARDIGDEN EN DE SENAAT. AAN DE VOORAVOND VAN DE INTERNATIONALE VROUWENDAG ROEPT ZE HAAR BELGISCHE COLLEGA'S IN DE KAMER OP OM EEN VROUW VOOR TE DRAGEN ALS RECHTER IN HET GRONDWETTELIJK HOF. IN DAT RECHTSCOLLEGE ZETELEN NU ELF MANNEN EN ÉÉN VROUW.
Volgende week maandag, 8 maart, viert de internationale gemeenschap de 100ste internationale vrouwendag. Enkele weken later, op 29 maart, wordt een Franstalige rechter bij het Grondwettelijk Hof op rust gesteld. Het één heeft ogenschijnlijk niets met het ander te maken. En toch.
Er moet een nieuwe rechter door de Koning worden benoemd op beslissing van de regering. Volgens de geldende wetgeving gebeurt dat op basis van een lijst van twee kandidaten die beurtelings door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat worden voorgedragen met 2/3-meerderheid. Deze keer is het aan de Kamer.
Bij de vorige vacature, in 2007, werden twee vrouwen voorgedragen door de Senaat. Trees Merckx (CD&V) werd benoemd en werd zo de enige vrouw in het twaalf leden tellende hoogste rechtscollege. Zo kwam er opnieuw een vrouw in het Grondwettelijk Hof, jaren na Irene Petry (tot 1992, PS) en Jeanine Delruelle (tot 2001, MR).
Eén vrouw en elf mannen
Straf toch. Het rechtscollege dat moet waken over de naleving van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, verankerd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, is zo goed als uitsluitend uit mannelijke rechters samengesteld. En merkwaardig. De wetgeving die deze benoemingen regelt, eist een taalevenwicht van 6 Franstalige en 6 Nederlandstalige rechters. Eveneens is een evenwicht van 6 vooraanstaande juristen en 6 politici (om een ‘gouvernement des juges’ te vermijden) vereist. Maar over een man-vrouwevenwicht blijft de wet algemeen door te stellen “Het Hof is samengesteld uit rechters van verschillend geslacht” (art. 34. § 5. Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof).
België staat daarmee ver af van wat in de meeste landen evident is voor hun grondwettelijk hof. Volgens recente cijfers benaderen Luxemburg ( 4 vrouwen op 9 rechters) en Zweden (8 op 18) de pariteit. Maar liefst 23 Europese landen doen het beter dan België.
Ook het Internationaal Strafhof dat zich uitspreekt over de meest ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten, heeft in zijn Statuut waarborgen voor een evenwichtige samenstelling ingebouwd.
En neen, dit is geen fait divers. Een rechtscollege dat uitspraak doet over de grondwettigheid van wetgevende normen en toeziet of de wetgever de mensenrechten respecteert, moet in zijn samenstelling blijk geven van diversiteit en een evenwichtige vertegenwoordiging M/V. Dit bevordert het vertrouwen in de rechterlijke macht. Een wezenlijke factor van een democratische rechtsstaat. Ik diende dan ook een wetsvoorstel in om de evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de hogere rechtscolleges te waarborgen.
Papieren werkelijkheid
België beschikt over een uitgebreid juridisch kader ter bescherming en promotie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Al te vaak blijkt dit een papieren werkelijkheid. Zo schiet het individuele klachtenmechanisme tekort. Mensen die zich gediscrimineerd voelen, vinden moeilijk de weg om hun grondwettelijk gewaarborgde rechten op te eisen. Ook wordt de modelwetgeving die aandacht voor gender in de begroting en alle beleidsdomeinen verplicht maakt, nog steeds niet toegepast. Internationale indexen van de VN en het Wereld Economisch Forum tonen aan dat er een standstill is in ons land inzake gelijke kansen. We maken geen deel meer uit van de kopgroep.
Knelpunten in België zijn vooral de grote loonkloof tussen vrouwen en mannen, de ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, de moeilijke combinatie arbeid-gezin, het lage aantal vrouwen in topfuncties in alle sectoren (bedrijven, universiteiten, vakbonden, overheidsadministraties, justitie, ...), het partner- en intrafamiliaal geweld, het gebrek aan aandacht voor gender binnen ontwikkelingssamenwerking….
Deze week heeft er voor de vrouwenrechten een uitzonderlijk momentum plaats op het internationale toneel. Honderden beleidsmensen en vrouwenorganisaties maken in New York tijdens de 54ste VN-Commissie Status van de Vrouw een stand van zaken op 15 jaar na de 4de Wereldvrouwenconferentie (Peking 1995). Tegelijkertijd is er een plechtige viering voor de herdenking van 30 jaar VN-vrouwenrechtenverdrag.
Daarom roep ik de collega’s van de Kamer op om, net zoals de Senaat drie jaar geleden, een vrouw voor te dragen als rechter in het Grondwettelijk Hof. Het zou van politieke daadkracht getuigen en zoveel meer betekenen dan de zoveelste resolutie bulkend van de goede voornemens.
Nu kan het parlement het verschil maken. In een zeer concreet dossier.
Sabine de Bethune
De Morgen, 4 maart 2010
Terug naar het overzicht

