Wouter Beke
Dirk Claes
Sabine De Bethune
Jan Durnez
Cindy Franssen
Nahima Lanjri
Els Schelfhout
Elke Tindemans
Hugo Vandenberghe
Pol Van Den Driessche
Els Van Hoof
Tony Van Parys
Persbericht
Werking Dienst Alimentatievorderingen moet beter. Els Schelfhout, Pol Van Den Driessche en Wouter Beke hebben wetsvoorstellen klaar
(28-12-2009)

Share/Bookmark

Wie een netto-inkomen heeft dat niet hoger is dan 1.224 euro en van de ex-partner de alimentatie voor de kinderen waartoe hij/zij werd veroordeeld niet uitbetaald krijgt, kan sinds enkele jaren een beroep doen op de Dienst Alimentatievorderingen (DAVO). Deze dienst kent sinds 2006 een continue stijging van de uitbetaalde voorschotten, maar het percentage geslaagde invorderingen bedraagt slechts 24,41% en is dus veel te laag.
Els Schelfhout, Pol Van Den Driessche en Wouter Beke brachten deze en andere problemen i.v.m. de werking van DAVO in kaart en stellen middels twee wetsvoorstellen verbeteringen voor in de huidige wetgeving.

Stel, u bent gescheiden en uw ex-partner wordt veroordeeld tot het betalen van alimentatie voor de kinderen. Dan zijn er enkele mogelijkheden. In het beste geval betaalt hij/zij. In het slechtste geval betaalt hij/zij niet.
Als uw netto-inkomen niet hoger is dan 1.224 euro, dan kan op uw verzoek de Dienst Alimentatievorderingen (DAVO) tussenbeide komen. Deze dienst betaalt u een voorschot op de onderhoudsgelden uit. U ontvangt 175 euro per maand en per onderhoudsgerechtigde, te verhogen met 58 euro per kind ten laste.
DAVO kan dan de verschuldigde onderhoudsgelden bij uw ex-partner invorderen, of niet. Dit laatste doet zich bijvoorbeeld voor wanneer uw partner ondertussen failliet ging, of wanneer hij zich onvermogend liet verklaren.
Gevolg: u kreeg in het beste geval een fractie van de alimentatie waar u recht op heeft, u betaalde hiervoor wel 5% van de invorderingskosten aan de DAVO, de dienst slaagt er niet in om het verschuldigde bedrag bij de onderhoudsplichtige in te vorderen… en de belastingbetaler betaalt.

Vorig jaar rond deze tijd telde de DAVO 31.364 onderhoudsgerechtigde schuldeisers, onder wie 30.002 kinderen. Daarvan kregen ongeveer 11.348 kinderen (38%) een voorschot. In totaal betaalde de dienst in 2008 16.255.966,79 euro uit, maandelijks gemiddeld zo’n 1.354.663,90 euro. In 2008 heeft de DAVO 23.703.573,69 euro geïnd. Rest in te vorderen: 168.799.454,18 euro…
Ter vergelijking: in december 2007 waren er 26.368 gerechtigde schuldeisers en kregen 10.680 kinderen samen een voorschot van 14.923.170,75 euro, maandelijks gemiddeld 1.243.597,56 euro. Het saldo ten voordele van de DAVO bedroeg 141.118.127,21 euro.

De DAVO werd door de wet van 21 februari 2003 opgericht en startte in oktober 2005 met de uitbetaling van voorschotten. Sinds 2006 stellen we een continue stijging van de uitbetaalde voorschotten vast, de ingevorderde bedragen nemen niet met dezelfde tred toe. Het percentage geslaagde invorderingen bedraagt 24,41% en is dus veel te laag.

Deze vaststellingen zetten Els Schelfhout, Pol Van Den Driessche en Wouter Beke ertoe aan de problemen in kaart te brengen en middels twee wetsvoorstellen (waarvan het eerste inmiddels in de senaatscommissie Financiën en Economie ter bespreking werd voorgelegd) verbeteringen voor te stellen in de huidige wetgeving.

Concreet stellen de indieners dat het grensbedrag om in aanmerking te komen voor de betaling van een voorschot veel te laag is – amper 1.200 euro per maand! - waardoor beroepsactieve alleenstaanden veelal uit de boot vallen. Ze vinden ook op dat het geen steek houdt de rechthebbende mee op te laten draaien voor de invorderingskomsten (5 procent op het ingevorderde bedrag). Ze stellen eveneens voor om de alimentatieschuld in geval van collectieve schuldvorderingen (de onderhoudsplichtige is failliet of laat zich onvermogend verklaren) buiten de collectieve schuldvordering te houden, waardoor die voorrang krijgt bij betaling.

De CD&V-senatoren reiken ook een aantal maatregelen aan waardoor de invorderingsmogelijkheden voor de DAVO worden versterkt.
Zo kan worden voorzien in een sanctie wanneer de onderhoudsplichtige niet reageert binnen een termijn van 15 dagen na kennisgeving van de aanvraag. De kennisgeving van de tussenkomst van de DAVO geldt meteen als ingebrekestelling en de berekening van nalatigheidinteresten begint onmiddellijk te lopen. En de loongrenzen waaronder in geval van onvermogendheid normaliter geen beslag kan worden gelegd, zullen niet gelden wanneer beslag wordt gelegd wegens onderhoudsverplichtingen.

Schelfhout, Van Den Driessche en Beke hopen zo de rechten van kinderen op huisvesting, levensonderhoud en ontwikkeling te vrijwaren en de onderhoudsplichtige op zijn plichten te wijzen. Tegelijk moet een meer efficiënte inning en invordering door DAVO mogelijk worden.

Klik hier voor wetsvoorstel 1

Klik hier voor wetsvoorstel 2


Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!
Uw e-mailadres: