Wouter Beke
Dirk Claes
Sabine De Bethune
Jan Durnez
Cindy Franssen
Nahima Lanjri
Els Schelfhout
Elke Tindemans
Hugo Vandenberghe
Pol Van Den Driessche
Els Van Hoof
Tony Van Parys
Persbericht
Senaat stemt wetsvoorstel Bijzondere Inlichtingenmethoden van Hugo Vandenberghe, Tony Van Parys en Pol Van Den Driessche
(17-07-2009)

De wettelijke middelen waarover de Staatsveiligheid en de A.D.I.V. (inlichtingen en veiligheid Krijgsmacht) beschikken, zijn ontoereikend geworden om doeltreffend strijd te kunnen leveren tegen het terrorisme en de andere ernstige bedreigingen voor de interne en externe veiligheid van de Staat. Zonder bijkomende performante middelen blijft de inlichtingendienst, geconfronteerd met een steeds grotere uitdaging, compleet machteloos aan de zijlijn staan. Zo beschikt de Veiligheid van de Staat momenteel niet over een toegang tot de technische communicatiemiddelen (bvb telefoontap e.a.), in tegenstelling tot de diensten van de meeste Europese staten, noch over andere methoden voor de verzameling van gegevens dan de traditionele.

Gisteren stemde de Senaat het wetsvoorstel van Hugo Vandenberghe, Tony Van Parys en Pol Van Den Driessche dat voor het eerst een echte wettelijke basis bepaalt welke methoden Staatsveiligheid en A.D.I.V. mogen inzetten om informatie te verwerken en in welke gevallen ze dat mogen doen. De senatoren waakten daarbij over een juist evenwicht tussen de bescherming van de fundamentele belangen van de Staat en de fundamentele rechten van de mens. Daarom worden deze methoden aan een strikte controle onderworpen, die strenger wordt naarmate ze afbreuk doen aan deze fundamentele rechten. De methode moet onmiddellijk worden stopgezet als het doel waarvoor zij wordt aangewend bereikt is of met een minder ingrijpende methode kan worden bereikt.

Concreet worden drie categorieën gecreëerd: de gewone, de specifieke en de uitzonderlijke methoden. Bij het aanwenden van de specifieke en de uitzonderlijke methoden moeten bovendien steeds de principes van subsidiariteit en proportionaliteit worden nageleefd.

Bij de gewone methoden schakelt de Staatsveiligheid geen speciale technische middelen in. Ze komt aan informatie door met mensen te praten, gegevens op te vragen bij de overheid, een beroep te doen op een netwerk aan informanten enz. Ze vallen verder onder de reeds bestaande wetgeving ter zake. Er zijn nu wel duidelijkere criteria vastgelegd waarbinnen een openbare dienst het meedelen van gegevens kan weigeren. En het betreden van voor het publiek toegankelijke plaatsen, hotel- en andere logiesverstrekkende inrichtingen, wordt voortaan ingedeeld bij de specifieke methoden.

Onder de specifieke methoden vallen o.a. de observatie met behulp van technische middelen op publieke plaatsen of op private plaatsen die publiek toegankelijk zijn, de doorzoeking van dergelijke plaatsen en van de voorwerpen die er zich bevinden enz. Het openen van brieven valt hier niet onder want daarvoor geldt het briefgeheim dat als het wordt opgeheven onder de uitzonderlijke methoden valt.
Ze zijn slechts toegestaan onder strikt bepaalde voorwaarden. De beslissing van het diensthoofd over de aanwending van deze methode(n) moet schriftelijk gebeuren en met redenen omkleed worden. Op het einde van elke maand moet een lijst worden opgemaakt met een overzicht van alle maatregelen die gedurende die maand door de inlichtingendienst werden uitgevoerd. Deze lijsten moeten de toezichtsorganen (bestuurlijke commissie en Comité I) in staat stellen hun controletaak naar behoren te vervullen.

De uitzonderlijke methoden tot slot zijn o.a. de observatie in woningen, het gebruiken van agenten van de dienst onder dekmantel van een fictieve identiteit, doorzoeking van private plaatsen, woningen en gesloten voorwerpen die er zich bevinden, verbreken van het briefgeheim, telefoontap, binnendringen in een informaticasysteem, verzamelen van bankrekeningen enz.
Ze zijn enkel toegelaten wanneer er sprake is van ernstige bedreigingen voor de inwendige veiligheid van de Staat en het voorbestaan van de democratische orde enz. Bovendien moet het diensthoofd vooraleer hij de machtiging geeft om de maatregel uit te voeren, een voorafgaand eensluidend advies verkrijgen van de commissie belast met het toezicht houden op de aanwending van de specifieke en uitzonderlijke methoden door de inlichtingendiensten.

Deze commissie die door dit nieuwe wetsvoorstel wordt opgericht, zal bestaan uit een onderzoeksrechter, een zittend magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie. Het lidmaatschap en de werking zijn aan een hele reeks bepalingen onderworpen.
Naast deze bestuurlijke commissie wijst het wetsvoorstel de diepgaande controle van alle methoden a posteriori toe aan het Comité I dat afhangt van het Parlement.

Het wetsvoorstel voorziet overigens ook in een zeer strikte regeling van gegevensverzameling t.a.v. artsen, advocaten en journalisten. De bijzondere waarde van hun beroeps- en bronnengeheim, zoals meermaals door rechtspraak bevestigd, is daarbij het uitgangspunt.

Hugo Vandenberghe, Tony Van Parys en Pol Van Den Driessche zijn ervan overtuigd dat hun wetsvoorstel het fragiele evenwicht behoudt tussen staatsveiligheid en mensenrechten, ook al zijn het zelden goede vrienden. Door het creëren van een wettelijke basis om gewone, specifieke en uitzonderlijke methoden te gebruiken, beschikken onze inlichtingendiensten eindelijk over de noodzakelijke slagkracht om terroristische, criminele en radicale netwerken op te sporen. Tegelijk hebben de indieners t.a.v. eerdere voorstellen de voorwaarden verstrengd om de methoden te mogen gebruiken. En door het Comité I in te schakelen hebben ze de broodnodige parlementaire controle ingevoerd. Zo wordt gegarandeerd dat de basisregels van onze democratie gerespecteerd blijven.

-Lees de tussenkomst van Hugo Vandenberghe tijdens het plenaire debat
-Lees de tussenkomst van Pol Van Den Driessche tijdens het plenaire debat

-Herlees het interview van Hugo Vandenberghe in Ampersand


Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!
Uw e-mailadres: