Eindelijk op weg naar de 0,7 procent. Vrije tribune Pol Van Den Driessche in De Morgen
(16-10-2008)
Verre van mijn ex-collega's in de pers te willen berispen, moet mij toch iets van het hart. In de talloze en grondige analyses of commentaren over de federale begroting lees ik woensdagochtend, tijdens mijn treinreis naar Brussel, geen gebenedijd woord over een nochtans belangrijke begrotingsbeslissing.
Even daarna, op mijn bureau, bevestigt de handige zoekmachine Mediargus mijn ontsteltenis en vrees. "2 resultaten", antwoordt de allesziende meneer Mediargus op mijn vraag naar de trefwoorden 'ontwikkelingssamenwerking' of 'ontwikkelingshulp'. In beide gevallen gaat het om fijne initiatieven in Oud-Turnhout en in Dilsen-Stokkem. Maar over het besluit van de regering vind ik dus in géén enkele Vlaamse krant een zinnetje. Het staat onderaan op bladzijde 6 van de gisteren rondgedeelde beleidsverklaring. Vergeten? Te weinig plaats? Desinteresse? Dat laatste zou pas dramatisch zijn. In elk geval vind ik het jammer dat deze kwestie geen spatje aandacht krijgt.
Samen met enkele partijgenoten drong ik de voorbije weken hard aan op een verdere verhoging van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking. Wij willen dat de aloude roep naar die befaamde 0,7 procent binnen afzienbare tijd eindelijk ook eens wordt gehaald. Hoeveel tientallen petities, moties, manifestaties en acties hebben we intussen al niet gehad om die eis te beklemtonen? Al decennialang.
Het leek er geruime tijd op dat onze bede niet zou worden gehoord, want er waren en zijn heus nog wel andere eerbare verzuchtingen. Zeker nu. De economische groei dreigt stil te vallen, de mensen vrezen - niet ten onrechte - dat banken hen gewoon hebben opgelicht, het werkloosheidsspook danst opnieuw door te veel bedrijven, de loodzware factuur van de vergrijzing komt eraan, voor Justitie zijn echt meer middelen nodig... Op zo'n ogenblik verwacht je niet meteen een verhoging van de middelen voor ontwikkelingshulp; de derde wereld moet nog maar even wachten. "'t Is crisis voor iedereen."
Niet dus. De regering-Leterme engageert zich, zo hoorde ik de eerste minister toezeggen in het parlement, om meer geld aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Volgend jaar moet dat al 0,6 procent van ons bruto nationaal inkomen zijn, om het jaar nadien de kaap te ronden en dat haast mythische getal van 0,7 procent te bereiken. In geld uitgedrukt: de federale regering heeft 250 miljoen euro extra veil voor hulp aan landen in ontwikkeling. Even vertaald naar een bevattelijker getal: dat is goed 10 miljard Belgische frank méér dan dit jaar. Als we daar nog eens alle andere vormen van hulp bijtellen, dan kunnen we zelfs afkloppen op 350 miljoen euro erbovenop.
Dat laatste veronderstelt dat ook de gemeenten, de provincies en de deelstaten een extra duit in het zakje doen. Her en der zijn gemeentebesturen, via hun Gemeenteraden voor Ontwikkelingssamenwerking (Gros), daartoe bereid. Als straks de Vlaamse overheid haar bevoegdheden op dat vlak eindelijk eens voluit gaat invullen, dan komen we heel aardig in de buurt.
Dat zal verdomd broodnodig zijn. Ik verneem van ingewijden dat er de jongste weken minder gul geld wordt gestort aan organisaties die zich inzetten voor de armste bewoners van deze aardbol. Blijkbaar zijn het niet enkel de touroperators die vaststellen dat de mensen hun centjes op dit ogenblik liever in hun eigen spaarkous stoppen. Dat is volkomen begrijpelijk, iedereen wacht met een bang hart af wat de toekomst brengt.
Maar indien nu ook de overheden hun bijdragen zouden terugschroeven, dan loopt het natuurlijk totaal fout in de ontwikkelingslanden. Waarvan we weten dat de mensen daar onze steun niet kunnen missen willen ze niet nog dieper en helemaal in de miserie afglijden.
Ach, natuurlijk kan men schieten op deze begroting en daar zullen sommigen ook redenen toe hebben. Maar dat dit veelkleurige kabinet - ondanks alles, inbegrepen een ongeziene financiële crisis - toch het internationale engagement honoreert, verdient applaus. Of mag dat niet worden gezegd of geschreven?
Terug naar het overzicht
(16-10-2008)
Verre van mijn ex-collega's in de pers te willen berispen, moet mij toch iets van het hart. In de talloze en grondige analyses of commentaren over de federale begroting lees ik woensdagochtend, tijdens mijn treinreis naar Brussel, geen gebenedijd woord over een nochtans belangrijke begrotingsbeslissing.
Even daarna, op mijn bureau, bevestigt de handige zoekmachine Mediargus mijn ontsteltenis en vrees. "2 resultaten", antwoordt de allesziende meneer Mediargus op mijn vraag naar de trefwoorden 'ontwikkelingssamenwerking' of 'ontwikkelingshulp'. In beide gevallen gaat het om fijne initiatieven in Oud-Turnhout en in Dilsen-Stokkem. Maar over het besluit van de regering vind ik dus in géén enkele Vlaamse krant een zinnetje. Het staat onderaan op bladzijde 6 van de gisteren rondgedeelde beleidsverklaring. Vergeten? Te weinig plaats? Desinteresse? Dat laatste zou pas dramatisch zijn. In elk geval vind ik het jammer dat deze kwestie geen spatje aandacht krijgt.
Samen met enkele partijgenoten drong ik de voorbije weken hard aan op een verdere verhoging van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking. Wij willen dat de aloude roep naar die befaamde 0,7 procent binnen afzienbare tijd eindelijk ook eens wordt gehaald. Hoeveel tientallen petities, moties, manifestaties en acties hebben we intussen al niet gehad om die eis te beklemtonen? Al decennialang.
Het leek er geruime tijd op dat onze bede niet zou worden gehoord, want er waren en zijn heus nog wel andere eerbare verzuchtingen. Zeker nu. De economische groei dreigt stil te vallen, de mensen vrezen - niet ten onrechte - dat banken hen gewoon hebben opgelicht, het werkloosheidsspook danst opnieuw door te veel bedrijven, de loodzware factuur van de vergrijzing komt eraan, voor Justitie zijn echt meer middelen nodig... Op zo'n ogenblik verwacht je niet meteen een verhoging van de middelen voor ontwikkelingshulp; de derde wereld moet nog maar even wachten. "'t Is crisis voor iedereen."
Niet dus. De regering-Leterme engageert zich, zo hoorde ik de eerste minister toezeggen in het parlement, om meer geld aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Volgend jaar moet dat al 0,6 procent van ons bruto nationaal inkomen zijn, om het jaar nadien de kaap te ronden en dat haast mythische getal van 0,7 procent te bereiken. In geld uitgedrukt: de federale regering heeft 250 miljoen euro extra veil voor hulp aan landen in ontwikkeling. Even vertaald naar een bevattelijker getal: dat is goed 10 miljard Belgische frank méér dan dit jaar. Als we daar nog eens alle andere vormen van hulp bijtellen, dan kunnen we zelfs afkloppen op 350 miljoen euro erbovenop.
Dat laatste veronderstelt dat ook de gemeenten, de provincies en de deelstaten een extra duit in het zakje doen. Her en der zijn gemeentebesturen, via hun Gemeenteraden voor Ontwikkelingssamenwerking (Gros), daartoe bereid. Als straks de Vlaamse overheid haar bevoegdheden op dat vlak eindelijk eens voluit gaat invullen, dan komen we heel aardig in de buurt.
Dat zal verdomd broodnodig zijn. Ik verneem van ingewijden dat er de jongste weken minder gul geld wordt gestort aan organisaties die zich inzetten voor de armste bewoners van deze aardbol. Blijkbaar zijn het niet enkel de touroperators die vaststellen dat de mensen hun centjes op dit ogenblik liever in hun eigen spaarkous stoppen. Dat is volkomen begrijpelijk, iedereen wacht met een bang hart af wat de toekomst brengt.
Maar indien nu ook de overheden hun bijdragen zouden terugschroeven, dan loopt het natuurlijk totaal fout in de ontwikkelingslanden. Waarvan we weten dat de mensen daar onze steun niet kunnen missen willen ze niet nog dieper en helemaal in de miserie afglijden.
Ach, natuurlijk kan men schieten op deze begroting en daar zullen sommigen ook redenen toe hebben. Maar dat dit veelkleurige kabinet - ondanks alles, inbegrepen een ongeziene financiële crisis - toch het internationale engagement honoreert, verdient applaus. Of mag dat niet worden gezegd of geschreven?
Terug naar het overzicht

