Wouter Beke
Dirk Claes
Sabine De Bethune
Jan Durnez
Cindy Franssen
Nahima Lanjri
Els Schelfhout
Elke Tindemans
Hugo Vandenberghe
Pol Van Den Driessche
Els Van Hoof
Tony Van Parys
Persbericht
Een koning met macht. Vrije tribune Pol Van Den Driessche in De Standaard
(31-07-2008)

POL VAN DEN DRIESSCHE MAAKT DE BALANS OP VAN WAT ER 15 JAAR NA HET OVERLIJDEN VAN KONING BOUDEWIJN IS OVERGEBLEVEN VAN DIENS POLITIEK GEDACHTEGOED, SOCIALE INITIATIEVEN EN STIJL VAN REGEREN.

Deze week is het vijftien jaar geleden dat koning Boudewijn onverwachts overleed op het terras van zijn sobere villa in het Spaanse Motril. Het is opmerkelijk dat zowat elke Belg van ouder dan 35 nog precies weet waar zij of hij was toen dat nieuws haar of hem werd verteld. Meestal weet men ook nog wie de onheilsboodschap bracht.

Dat feit maakt meteen duidelijk dat de vijfde koning der Belgen voor velen inderdaad iets heeft betekend. Vanzelfsprekend is er nu niet meer dat grote verdriet van de tienduizenden mensen die tijdens de augustusdagen van 1993 aanschoven om hun gestorven vorst een laatste groet te brengen. Maar dat die ernstige, soms wereldvreemde Boudewijn tot vandaag een beetje voortleeft in het hart en hoofd van een deel van zijn landgenoten, lijdt geen twijfel. Ik ben er ook van overtuigd dat deze Coburger een rechtschapen mens was. 'Trouwe Eland' - zijn totemnaam als welpje bij de scouts - probeerde met een conservatieve benadering zijn land te dienen, zonder zich daarbij persoonlijk te verheffen of te verrijken. Dat kan niet van alle dode en levende royals worden beweerd.

Wat is evenwel de politieke erfenis van deze vorst, die 43 jaar lang staatshoofd van dit moeilijke land is geweest? De monarch die twaalf premiers en tientallen ministers - samen goed voor vijfentwintig regeringen - in zijn Paleis zag passeren? Al die excellenties zwoeren in zijn handen dat ze hem trouw zouden blijven. Ook in dat grote, ongezellige gebouw luisterde Boudewijn naar 'zijn' ministers en talloze andere politieke gesprekspartners. Hij gaf hen raad en hij wees hen op gevaren die hij meende te zien. En tegelijk trachtte hij hen een hart onder de riem te steken. Dat alles valt netjes binnen de rechten van een onschendbaar staatshoofd: het recht om te worden geïnformeerd, het recht om te waarschuwen en het recht om te bemoedigen.

Boudewijn nam die taak zeer plichtsbewust op, zo getuigen politici die meermaals bij hem op de koffie kwamen. De koning toonde zich altijd bezorgd over bepaalde politieke ontwikkelingen. In de wijde wereld en zeker in Centraal-Afrika. Maar bovenal de evolutie in zijn eigen land baarde Boudewijn een regnum lang grote zorgen. Zijn broer en huidig koning Albert II herinnerde ons daar tien dagen geleden nog aan, toen hij citeerde uit Boudewijns laatste toespraak.

De koning der Belgen vond het streven van de deelstaten naar meer autonomie absoluut geen zaligmakend perspectief. Lange tijd verzette hij zich tegen elke ernstige stap in die richting. Het Nederlands en de Vlamingen moesten dan wel worden gerespecteerd, maar dat hoefde niet echt met de verlening van politieke macht gepaard te gaan. Het land bijeenhouden was voor hem als een dwanggedachte. Begrijpelijk trouwens.

Het is de verdienste van vooraanstaande Waalse regionalisten en van toonaangevende Vlaamse leiders (onder wie Wilfried Martens, Karel van Miert en Hugo Schiltz) dat zij de koning konden overtuigen van de noodzaak van het federalisme. Pas na verscheidene crisissen en na ellenlange gesprekken stemde de vorst uiteindelijk en mondjesmaat in met de omvorming van de unitaire tot de federale staat, waarbij het voor Boudewijn om 'unionistisch federalisme' moest blijven gaan.

Na elke nieuwe grondwetsherziening hoopte Boudewijn innig dat dit dan wel de laatste hervorming was en de middelpuntvliedende krachten definitief zouden stilvallen. Wanneer toenmalig minister-president Luc Van den Brande (CVP) kort na de goedkeuring van het Sint-Michielsakkoord pleitte voor een volgende stap, het confederalisme, reageerde de koning woedend. Hij ontbood Van den Brande en tijdens een lange monoloog gaf hij de Vlaamse regeringsleider een fikse uitbrander. (Vandaag verkent Albert II aarzelend het denkspoor dat een soort confederale hervorming de enige uitweg is om een zware institutionele crash en een splitsing van het land te vermijden.)

Van republikeinen en separatisten gruwde Boudewijn helemaal. Toen vicepremier Schiltz zich in 1988 had laten ontvallen dat België op een dag niet meer het probleem van de Vlamingen zou zijn, keilde de koning hem net niet uit 'zijn' federale regering. Pas nadat het VU-boegbeeld zich publiek had verontschuldigd, bijna vernederd, mocht hij minister blijven. (De voorbije jaren benoemde Albert II zonder hoorbare weerzin meer dan één republikeinse geest tot federaal minister. Waarna zij stil zwegen over hun staatkundige visie...)

Koning Boudewijn was de laatste koning der Belgen die nog politieke macht bezat. Hij durfde en kon nog kandidaat-ministers schrappen van het lijstje dat de formateur voorstelde. Hij schreef niet mis te verstane brieven aan de eerste minister, aan individuele ministers of aan het hele kabinet. Lang niet alleen over vrijblijvende kwesties, maar wel degelijk over heikele zaken, zoals het sturen van Belgische para's naar de oud-kolonie.

Er werd ook vaak echt naar de koning geluisterd, want verschillende van zijn verzuchtingen werden in beleidsbeslissingen omgezet. Op zijn verzoek werd de Salische wet - die alleen mannen op de Belgische troon aanvaardt - afgeschaft. Natuurlijk omdat dit een hoogst vrouwonvriendelijke regel is, maar zeker ook om die vreemde prins Laurent voor altijd en eeuwig elke kans op die troon te ontnemen.

Als het echt moeilijk werd, riep de koning de hulp in van enkele bevriende machtigen in het bedrijfsleven, de syndicale organisaties en de financiële. Een telefoontje naar de gouverneur van de Nationale Bank, of een vakbondsleider, had meestal het verhoopte effect. De aangesprokenen oefenden druk uit op hun achterban en de storm ging liggen. (Vandaag werkt die toverformule niet meer, dat ervoer Albert de jongste maanden.)

Het was ook koning Boudewijn die de strijd tegen de vrouwenhandel op de politieke kaart zette. Zijn nadrukkelijke (en aanvankelijk toch ongewone) engagement om die mensonterende praktijken hard aan te pakken betekent tot vandaag een grote stimulans voor wie zich deze problemen aantrekt. Samen met zijn vrouw, koningin Fabiola, had hij een groot hart voor kinderen. Het maakte hem woedend en triest als kinderen iets werd aangedaan. En anders dan met rijkaards die al eens hun geweten proberen te sussen, vond het vorstelijke paar armoede ook werkelijk een onrecht. De naar hem genoemde stichting, die bij zijn zilveren koningsjubileum op Boudewijns verzoek werd opgericht, blijft vele zinvolle projecten financieel en intellectueel helpen.

Eén keer liep het desalniettemin grondig fout met de invulling van zijn koninklijke functie. Een meerderheid van kamerleden en senatoren keurde in het voorjaar van 1990 een wetsvoorstel goed dat abortus in een aantal omstandigheden niet langer strafbaar maakte. Koning Boudewijn weigerde deze wet te ondertekenen omdat hij dat niet met zijn geweten - zijn katholieke geloof - in overeenstemming kon brengen. De koning ging hiermee in tegen een basisafspraak binnen onze parlementaire monarchie en schond ook zijn eed waarin hij had beloofd de wetten van het parlement te zullen naleven.

Eigenlijk had Boudewijn toen consequent moeten zijn en aftreden. Maar mee op zijn vraag zocht en vond de regering, na koortsachtig beraad, een ultieme uitweg via het grondwetsartikel dat de regering toestaat de koning 'in de onmogelijkheid om te regeren' te verklaren. Boudewijn werd, met zijn instemming en met goedkeuring van de verenigde Kamers, een dagje opzijgeschoven. Waarna hij weer in zijn functie werd hersteld. Onmiddellijk na dat manoeuvre waren zowat alle partijen het over één ding eens: een herhaling van dat trucje was uitgesloten. Er zouden maatregelen volgen om een 'structurele' oplossing te vinden.

Vandaag, achttien jaar later, is ter zake nog niets veranderd. Premier Jean-Luc Dehaene speelde wel eens met een ideetje om de koning te helpen bij een nieuwe gewetensnood, maar dat voorstel werd afgeschoten. De regel is vandaag nog steeds dat de koning een door het parlement goedgekeurde wet moet afkondigen. Gelukkig voor de politieke rust en tot grote vreugde van de politieke wereld ondertekende koning Albert II de afgelopen jaren moeiteloos alle aan hem voorgelegde wetten. Ook de wetten over het homohuwelijk, de holebi-adoptie en de euthanasiebepalingen die door de kerk werden afgekeurd. Voormalig eerste minister Wilfried Martens, toch een intimus van het Hof, verklaarde dat Boudewijn daarom deze wetten nooit zou hebben gesigneerd. Stel u maar eens voor wat dat zou gegeven hebben als Boudewijn nog jaren langer had geregeerd?

Die koninklijke bekrachtiging blijft dus een dreigend conflictpunt in de verhouding tussen de Belgische politici en het Belgische staatshoofd. Wat moet er gebeuren als op een dag de koning (de huidige of zijn opvolger) effectief niet instemt met een wet die wel groen licht kreeg van een meerderheid van de parlementsleden? Zoals gezegd is het ondenkbaar dat nog eens artikel 93 wordt aangewend. (Bedenk daarbij ook dat de opstellers van de Grondwet in 1830-31 vooral de fysieke onmogelijkheid beoogden toen zij die bepaling opnamen.)

Deze zaak had nochtans keurig kunnen worden opgelost als dat grondwetsartikel tenminste door het vorige parlement zou zijn opgenomen in de lijst van artikels die 'voor herziening vatbaar' werden verklaard net voor de ontbinding van het parlement vorig jaar. Pas dan zouden de huidige kamerleden en senatoren een wijziging kunnen doorvoeren. Maar de Franstaligen hadden daar geen oren naar, bevreesd dat ook dat initiatief deel uitmaakte van een groot Vlaams complot om het land op te blazen. 'Touche pas à mon roi!', luidt het devies van de Franstalige partijen. Wie aan de koninklijke prerogatieven raakt komt - ook al zijn die voorbijgestreefd en kunnen ze bedreigend worden voor de instelling zelf - ondergraaft België. (Waar is de tijd dat antiroyalistische gevoelens vooral een Waalse aangelegenheid waren?)

Ik wil de man helemaal geen oneer aandoen. Maar de politieke erfenis van koning Boudewijn is karig. Hij kon niet verhinderen dat zijn ingewikkelde land verder uiteenvalt, dat de relaties met het door hem ooit zo gekoesterde Congo zeer vertroebeld blijven en dat het door hem intens beleden geloof achteruitboert. Dat is ook niet zijn schuld. Ik vermoed dat hij bij de aanblik van zijn land vandaag weer die trieste blik in zijn ogen zou krijgen.

Boudewijn vormde wel de noodzakelijke schakel tussen het autoritaire koningschap van zijn vader en de stilaan protocollaire benadering ervan door zijn broer. We mogen hopen dat de volgende vorst zich bij de behartiging van de staatszaken spiegelt aan het voorbeeld van zijn vader en niet aan de achterhaalde visie van zijn oom, die het wel verdient om blijvend als een eerlijke koning te worden geëerd. Boudewijns engagement voor zwakkeren trotseert immers wel de tijd.

Pol Van Den Driessche publiceerde verscheidene boeken over de Belgische monarchie en was ook hoofdredacteur van het tv-magazine 'Royalty'


Terug naar het overzicht
SCHRIJF IN OP ONZE
E-BRIEF!
Uw e-mailadres: